Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

CV Veiligheid van DPP-4 remmer in T2DM vergelijkbaar met die van SU

Nieuws - Sep. 19, 2019

Linagliptine en glimepiride hebben vergelijkbare CV veiligheidseffecten in type 2 diabetes (T2DM) met hoog CV risico, tonen data van de CAROLINA studie, die werden gepresenteerd tijdens de Annual Meeting van de European Association for the Study of Diabetes (EASD) in Barcelona, Spain.

De CAROLINA trial evalueerde en vergeleek de effecten van linagliptine, een DPP-4 remmer en glimepiride, een sulphonylureum (SU), op CV ziekte en sterfte in patiënten met T2DM en CV ziekte en/of CV risicofactoren. CAROLINA is de enige CV veiligheidsstudie die tot op heden een actieve vergelijker heeft bestudeerd en die op dubbelblinde wijze twee veelgebruikte diabetesmiddelen vergelijkt die beide glucoseniveaus verlagen door insulineproductie te stimuleren, maar elk via een ander mechanisme.

De CAROLINA-studie was een internationale studie die tussen 2010 en 2018 werd uitgevoerd in 6033 volwassenen met T2DM, in meer dan 600 locaties in 43 landen. De deelnemers hadden een mediane ziekteduur van 6.3 jaar en werden gerandomiseerd naar ofwel linagliptine 5 mg eenmaal daags of dagelijks maximaal 4 mg glimepiride. Deelnemers namen de studiemedicatie in aanvulling op hun gebruikelijke diabetesmedicatie. De onderzoekers werd geadviseerd te proberen om glucoseregulatie te verbeteren, volgens lokale richtlijnen en door het gebruik van incretine-gerelateerde therapieën te vermijden.

Gedurende een mediane follow-upduur van 6.3 jaar werd geen significant verschil in het optreden van CV events gezien tussen linagliptine en glimepiride. Met glimepiride werd echter een significant en klinisch relevant hoger risico gezien op hypoglycemie geclassificeerd als mild, matig, ernstig of met noodzaak tot ziekenhuisopname. Verder werd milde gewichtstoename gezien in deelnemers in de glimepiridegroep.

De primaire uitkomst, een samenstelling van CV sterfte, niet-fataal myocardinfacts en niet-fatale beroerte, gaf, wanneer de 3023 deelnemers op linagliptine werden vergeleken met de 3010 op glimepiride, HR: 0.98 (95%CI: 0.84-1.13). De HRs voor CV mortaliteit en non-CV mortaliteit waren 1.00 (95%CI: 0.81-1.24) en 0.82 (95%CI: 0.66-1.03). Er was geen algeheel verschil tussen de behandelgroepen in HbA1c, maar wel een gemiddeld verschil tussen de groepen voor gewicht: -1.5 kg (95%CI: –1.8 to –1.3) in het voordeel van linagliptine.

Incidentie van hypoglycemie was significant lager met linagliptine (10.6%) vs. glimepiride (37.7%). Deelnemers met 1 of meer onderzoeker-gerapporteerde episodes van hypoglycemie gaven een lagere HF voor het eerste optreden van hypoglycemie van 0.23 (95%CI: 0.21-0.26) voor linagliptine vs. glimepiride. Dit vertaalde zich in een number needed to treat (NNT) van 3 in zes jaar om 1 episode van hypoglycemie te voorkomen. Dezelfde mate van relatieve reductie van het risico op hypoglycemie werd gezien in alle categorieën van ernst van hypoglycemie, bijvoorbeeld ernstige hypoglycemie in 0.3% vs. 2.2% van de deelnemers, met HR: 0.15 (95%CI: 0.08-0.29), en NNT van 45.

Bron: persbericht EASD 19 september 2019

Deel deze pagina met collega's en vrienden: