Obesitas op lange termijn en BMI-variabiliteit geassocieerd met hoger risico op AF
Weight and weight change and risk of atrial fibrillation: the HUNT study
Introductie en methoden
De verbanden tussen obesitas en AF risico zijn bekend [1,2]. De incidentie en prevalentie van beide condities is aanzienlijk gestegen wereldwijd, met een bijkomende toename van last voor zorgsystemen. Dus is een beter begrip van risicofactoren voor AF nodig.
Onderzoek naar de link tussen obesitas en AF maakt vaak gebruik van maten voor lengte en gewicht op een enkel tijdstip, die geen rekening houden met het cumulatieve effect van obesitas in de ontwikkeling van AF, noch voor de impact van obesitas op lange termijn of verandering van gewicht. Sommige studies hebben zelfgerapporteerde huidig en onthouden eerder lichaamsgewicht gerapporteerd, waarbij van het eerste bekend is dat dit onnauwkeurig is [3-5]. Studie die herhaalde gewichtsmetingen gebruikten werden beperkt door kleine studiegrootte [3,6], korte tijdsintervallen tussen metingen [4,6-8] of ontbrekende informatie over belangrijke covariabelen zoals comorbiditeiten [3,4,6,7].
Deze grote populatiegebaseerde studie onderzocht de cumulatieve effecten van obesitas en gewichtsverandering op AF-risico gedurende vier decennia. Herhaalde metingen van gewicht en lengte werden gebruikt, evenals geverifieerde AF diagnosis, en informatie over een brede spectrum van CV risicofactoren was beschikbaar. Alle 93.860 inwoners van 20 jaar en ouder in een Noorse gemeente werden uitgenodigd mee te doen aan HUNT-3 [8], tussen oktober 2006 en juni 2008. 50.804 inwoners (54%) vulden vragenlijsten in en ondergingen een baseline klinisch onderzoek. Lengte- en gewichtsinformatie was ook beschikbaar van een verplichte tuberculosescreening uitgevoerd van 1966-69 en van HUNT-1 en HUNT-2. Van 15.214 individuen was informatie beschikbaar uit alle drie eerdere metingen; deze deelnemers werden gebruikt voor deze analyse.
Belangrijkste resultaten
- Huidig BMI was niet sterk geassocieerd met het risico op AF, na correctie voor gemiddeld BMI eerder in het leven. Gemiddeld BMI van eerder was geassocieerd met AF risico in mensen met overgewicht (HR: 1.2, 95%CI: 1.0-1.5) en obesitas (HR: 1.6, 95%CI: 1.1-2.2) ten opzichte van diegenen met normaal gewicht, zelfs na correctie voor BMI aan het begin van follow-up.
BMI verandering en risico op AF
- Diegenen met af- of toename van BMI toonden een hoger AF risico, hoewel niet alle risico’s significant verschilden van de referentiegroep met stabiel BMI (-2.5 tot 2.5 punten verandering).
- De grootste risicostijging werd gezien in diegenen met ≥5 BMI punten stijging (HR: 2.6).
- Hazards werden berekend voor vroege (1967-1985), midden (1985-1996) en late perioden (1996-2007) en de hoogste (numerieke) risico’s werden gezien in late perioden. Correctie voor meest recente BMI verzwakte de associatie BMI-daling, terwijl die van BMI-toename met AF grotendeels onveranderd was.
Andere lichaamsmaten en risico op AF
- De hoogste vs. laagste mate van gewichtsvariabiliteit was geassocieerd met een hoger risico op AF (HR: 1.5, 95%CI: 1.2-1.8). Gemiddelde tailleomtrek (WC) >88/102 cm associeerde ook met AF risico (HR: 1.2, 95%CI: 1.1-1.4) ten opzichte van diegenen onder deze afkapwaarde. De effecten verdwenen na correctie voor BMI.
- Gemiddelde taille-heup ratio (WHR), verandering van WC of verandering in WHR waren niet geassocieerd met AF risk.
Conclusie
Deze grote populatiegebaseerde studie laat zien dat obesitas op lange termijn en BMI-verandering geassocieerd waren met hoger AF risico, ook na correctie voor huidig BMI. Dit onderstreept de relevantie van het overwegen van gewichtshistorie wanneer AF risico wordt bepaald, in plaats van alleen naar huidig gewicht te kijken.
Redactioneel commentaar
Middeldorp en collega’s [10] benadrukken de wereldwijde epidemie van obesitas en merken op dat studies met name hebben gekeken naar oudere populaties met obesitas. Er is toenemende erkenning voor primaire preventie en het belang van langetermijnblootstelling aan risicofactoren. Dit is relevant in het licht van het feit dat obesitas nu ook schrikbarend prevalent is onder kinderen.
Een belangrijke kracht van de studie van Feng et al. is de beschikbaarheid van gewichtsdata over een periode van 40 jaar. Met deze data tonen de auteurs aan dat cumulatieve BMI tijdens een langere periode een superieure voorspeller is van AF risico, ten opzichte van een enkele meting, zelfs als de laatste meer recent is. Dit is mogelijk niet alleen een effect van BMI eerder in het leven, zoals de auteurs opwerpen, maar kan ook het grotere risico weerspiegelen dat geassocieerd is met langere blootstelling. Deze lange-termijn observationele data vullen inzichten verkregen met mendeliaanse randomisatiestudies aan.
De data over abdominale adipositas lijken misschien verwarrend, aangezien WC geassocieerd was met AF ontwikkeling maar niet WHR of verandering in beide maten. Middeldorp et al. vinden een mogelijke verklaring in een meta-analyse die risicoschattingen rapporteert voor verschillende maten van adipositas en AF. Het totaal aan gegevens doet vermoeden dat verbanden met AF het sterkst lijken voor WC en BMI. Preciezere kwantificering van adipositas leidt mogelijk tot sterkere associaties.
Onder de beperkingen van de studie vallen het feit dat AF type (paroxysmaal of persistent) niet beschikbaar was, en dat de datapunten geen rekening houden met asymptomatische, of minimaal symptomatische of subklinische groepen met AF, die in toenemende mate erkend worden als belangrijke klinische entiteiten. Bovendien werd geen rekening gehouden met andere risicofactoren die variëren in de tijd en die ook aan AF kunnen bijdragen.
Concluderend draagt de studie van Feng et al. in belangrijke mate bij aan onze kennis over het belang van langetermijnblootstelling aan gewicht, gewichtstoename en gewichtsfluctuatie voor AF risico. Gewichtsreductie en agressieve managementstrategieën gericht op risicofactoren kunnen AF uitkomsten verbeteren in obese mensen. Inspanningen om vastgestelde obesitas aan te pakken moeten worden vergroot, en de complexe mechanismen onderliggend aan obesitas en aritmogenese moeten worden opgehelderd, om de benadering om deze mensen te helpen te kunnen verfijnen.
Deel deze pagina met collega's en vrienden: