Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Verhoogd MI risico in patiënten met HeFH met genvarianten in zowel LDLR als PCSK9

Patients With LDLR and PCSK9 Gene Variants Experienced Higher Incidence of Cardiovascular Outcomes in Heterozygous Familial Hypercholesterolemia

Literatuur - Doi T, Hori M, Harada-Shiba M, et al. - J Am Heart Assoc. 2021;10:e018263. doi: 10.1161/JAHA.120.018263

Introductie en methoden

Familiaire hypercholesterolemie wordt veroorzaakt door genetische variaties in de LDLR, PCSK9, en APOB genen en leidt tot verhoogde LDL-c waarden, pees- en huidxanthomen, en een verhoogd risico op ASCVD [1-4]. Genetische tests hebben patiënten geïdentificeerd met varianten in zowel LDLR als PCSK9 genen [5-6]. Dit genotype kan potentieel resulteren in een forse toename in LDL-c, wat het risico bovenop het bestaande risico op ASCVD kan vergroten. Hierdoor wordt het door het International Atherosclerosis Society Severe Familial Hypercholesterolemia Panel beschouwd als een zeer ernstige vorm van FH [3]. Alleen zijn de demografische en klinische uitkomsten in deze patiënten nog niet bekend. Deze studie onderzocht de prevalentie, klinische eigenschappen, en cardiovasculaire uitkomsten bij patiënten die zowel LDLR als PCSK9 genvarianten hadden.

Deze retrospectieve studie analyseerde niet-verwante patiënten met een klinische diagnose van heterozygote FH (HeFH) die bij het National Cerebral and Cardiovascular Center in Osaka, Japan tussen 2005 en 2016 genetische tests hadden ondergaan om LDLR en/of PCSK9 genvarianten op te sporen. Patiënten kregen de diagnose HeFH wanneer er voldaan werd aan ≥2 van de volgende kenmerken: LDL-c ≥180 mg/dL (≥4.65 mmol/L), pees- of huidxanthomas, en een familiegeschiedenis van FH of premature CAD bij tweedegraads familieleden. In totaal werden 232 niet-verwante patiënten met FH en een genvariant in het LDLR gen (n=183), PCSK9 gen (n=35), of beide genen (n=14) geïncludeerd in deze studie. Het primaire eindpunt was niet-fataal MI. Sterfte vanwege een cardiale oorzaak was bij de deelnemers niet waargenomen tijdens de observationele periode en was om die reden niet meegenomen in het primaire eindpunt. De gemiddelde observationele periode was 53±17 jaren.

Belangrijkste resultaten

Conclusie

Patiënten met HeFH en genetische varianten in LDLR en/of PCSK9 hadden een verhoogd atherogeen lipidenprofiel en hogere incidentie voor niet-fataal MI in vergelijking met patiënten met enkele LDLR genvarianten. Risico voor niet-fataal MI was het hoogst in mannen die positief bevonden waren voor genvarianten in LDLR/PCSK9 ten opzichte van mannen met een LDLR variant.

De auteurs geven aan dat risicostratificatie naar genotype en geslacht mogelijk zeer hoog-risico patiënten met HeFH kan identificeren die intensievere lipidenverlagende therapieën nodig hebben.

Referenties

Toon referenties

Vind dit artikel online op

Deel deze pagina met collega's en vrienden: