Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Mechanistische inzichten in effecten van siRNA gericht tegen transthyretine op LV-functie

Effect of patisiran on stroke volume in hereditary transthyretin-mediated amyloidosis: insights from pressure–volume analysis of the APOLLO study

Literatuur - Rosenblum HR, Griffin JM, Minamisawa M, et al. - Eur J Heart Fail. 2023 Jan 24 [Online ahead of print]. doi: 10.1002/ejhf.2783

Introductie en methoden

Achtergrond

Transthyretine-gemedieerde (ATTR) amyloïdose wordt gekenmerkt door extracellulaire afzetting van amyloïdfibrillen bestaande uit TTR-eiwit in het hart, de zenuwen en andere organen. In het hart leidt dit tot een grotere ventrikelwanddikte, progressieve diastolische disfunctie en restrictieve cardiomyopathie. Patisiran, een therapeutisch middel op basis van klein interfererend RNA die de leversynthese van TTR remt, werd goedgekeurd voor de behandeling van erfelijke ATTR-amyloïdose met polyneuropathie op basis van de resultaten van de APOLLO-studie. Naast dat dit onderzoek gunstige effecten op neuropathie en levenskwaliteit liet zien [1], suggereerde het ook dat patisiran de LV-mechanica kan verbeteren na 18 maanden therapie in vergelijking met placebo [2,3].

Doel van de studie

Het studiedoel was de mechanismen te bepalen die ten grondslag liggen aan de stabilisatie van de LV-mechanica met patisiran door de totale LV-functie te kwantificeren met behulp van het LV-slagvolume en niet-invasieve druk-volumetechnieken bij een vooraf gespecificeerde cardiale subpopulatie van de APOLLO-studie.

Methoden

De APOLLO-studie was een internationale, gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase 3-studie waarin 225 patiënten met erfelijke ATTR-amyloïdose met polyneuropathie in een verhouding van 2:1 werden gerandomiseerd naar patisiran (0,3 mg/kg intraveneus) of placebo eenmaal per 3 weken gedurende 18 maanden. De vooraf gespecificeerde cardiale subpopulatie voor de huidige secundaire analyse bestond uit 126 patiënten (56%) met aanwijzingen voor cardiale betrokkenheid bij inclusie in de studie, gedefinieerd als een LV-wanddikte ≥13 mm bij aanvang van de studie en geen voorgeschiedenis van aortaklepziekte of hypertensie. Uitsluitingscriteria waren onder meer HF-symptomen van NYHA-klasse >II, ACS in de afgelopen 3 maanden, ongecontroleerde hartritmestoornissen en instabiele angina. Geen van de patiënten had relevante mitralis- of aortaregurgitatie.

Uitkomstmaten

Verkennende uitkomstmaten van de APOLLO-studie waren LV-wanddikte, LV-massa en LV-einddiastolische en -eindsystolische volumes beoordeeld met transthoracale echocardiografie bij studieaanvang en na 9 en 18 maanden. Het LV-slagvolume en de LVEF werden berekend uit de 2D-volumes. Niet-invasieve druk-volumeparameters, waaronder de eindsystolische druk-volumerelatie (end-systolic pressure–volume relationship, ESPVR) en einddiastolische druk-volumerelatie (EDPVR ), werden geschat met behulp van single-beat-technieken.

Belangrijkste resultaten

Echocardiografische parameters

Druk-volumeparameters

Conclusie

Deze secundaire analyse van de APOLLO-studie liet zien dat patisiran de progressie van LV-disfunctie die met placebo werd waargenomen verminderde bij patiënten met erfelijke ATTR-amyloïdose met polyneuropathie en aanwijzingen voor cardiale betrokkenheid. De effecten van patisiran werden waargenomen vanaf een behandelduur van 9 maanden en hielden de gehele studieperiode van 18 maanden aan. De afname van de LV-functie bij placebobehandelde patiënten ging gepaard met een vermindering van de LV-capaciteit en niet met een verandering van de ventrikelcontractiliteit. De auteurs merken op dat meer studies, zoals de lopende APOLLO-B-studie – eveneens een fase 3-onderzoek – nodig zijn om de huidige resultaten te bevestigen en “de mechanismen op te helderen waardoor TTR-reductie die wordt bereikt met [RNA-interferentietherapeutica] de progressie van hartziekte moduleert”.

Referenties

Toon referenties

Vind dit artikel online op Eur J Heart Fail.

Deel deze pagina met collega's en vrienden: