Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Blootstelling aan tweedehands rook geassocieerd met HF-risico

Association between secondhand smoke exposure and incident heart failure: The Multi-Ethnic Study of Atherosclerosis (MESA)

Literatuur - Lin GM, Lloyd-Jones DM, Colangelo LA, et al. - Eur J Heart Fail. 2024 Jan 30 [Online ahead of print]. doi: 10.1002/ejhf.3155

Introductie en methoden

Achtergrond

De associatie tussen blootstelling aan tweedehands tabaksrook (secondhand smoke, SHS) en de prevalentie van HF is onderzocht in slechts 2 crosssectionele studies [1,2]. Tot op heden zijn er geen cohortonderzoeken uitgevoerd naar de temporele associatie tussen de blootstelling aan SHS en de incidentie van HF.

Doel van de studie

De auteurs onderzochten de associatie van zelfgerapporteerde en op basis van de urinecotininewaarde bepaalde SHS-blootstelling met nieuw gediagnosticeerd HF onder niet-actief rokende volwassenen.

Methoden

De MESA-studie (Multi-Ethnic Study of Atherosclerosis) is een prospectief, longitudinaal bevolkingsonderzoek onder 6814 deelnemers in de leeftijd van 45-84 jaar die bij aanvang van de studie (juli 2000 tot juli 2002) niet bekend waren met HVZ of HF [3]. Gegevens over zelfgerapporteerde SHS-blootstelling waren beschikbaar voor 5548 niet-actief rokende personen. De SHS-blootstelling werd ook objectief beoordeeld op basis van een baselinecotininemeting in de urine in een cohort van 3376 niet-actief rokende deelnemers. De mediane follow-upduur was 17,7 jaar.

Uitkomstmaat

De uitkomstmaat was een samengestelde uitkomst van definitief of waarschijnlijk HF.

Belangrijkste resultaten

Zelfgerapporteerde SHS-blootstelling

Objectief gemeten SHS-blootstelling

Conclusie

In de prospectieve, longitudinale, populatiegebaseerde MESA-studie was objectief gemeten SHS-blootstelling (d.w.z.: urinecotinine >7,07 ng/ml) geassocieerd met een 1,45 keer hoger risico op een HF-event bij huidige niet-actieve rokers vergeleken met geen SHS-blootstelling. Ook was er een verband tussen objectief gemeten SHS-blootstelling en de incidentie van HFrEF of HF van niet-ischemische oorsprong. Zelfgerapporteerde SHS-blootstelling daarentegen bleek geen nauwkeurige maat te zijn voor de evaluatie van het HF-risico.

Volgens de auteurs kan deze laatste (negatieve) bevinding worden toegeschreven aan “vervuiling door levenslange cumulatieve SHS-blootstelling, onmeetbare omgevingsrook en herinneringsbias van deelnemers”. Wat betreft de objectief gemeten SHS-blootstelling geven ze toe dat, gezien de relatief korte halfwaardetijd van cotinine in de urine (~20 uur), de “belangrijkste beperking van hun studie het ontbreken van meerdere bepalingen van de urinecotininewaarde was om zo de langdurige blootstelling aan SHS te kunnen evalueren”.

Referenties

Toon referenties

Vind dit artikel online op Eur J Heart Fail.

Deel deze pagina met collega's en vrienden: