Betere gezondheid en minder dorst bij liberale vochtinname voor chronisch HF

ESC Heart Failure 2025 – Een vooraf gespecificeerde subanalyse van FRESH-UP onder poliklinische patiënten met chronisch HF toonde dat omschakeling van vochtbeperking naar liberale vochtinname resulteerde in een hogere KCCQ - Overall Summary Score en een lagere dorstscore.
Deze samenvatting is gebaseerd op de presentatie van Job Herrmann (Radboudumc, Nijmegen) tijdens het ESC Heart Failure 2025-congres - The effect of a switch in fluid management on health status in heart failure patients: a prespecified subanalysis of the FRESH-UP study.
Introductie en methoden
Patiënten met HF wordt vaak geadviseerd om de vochtinname te beperken omdat wordt gedacht dat dit stuwing en HF-ziekenhuisopname kan voorkomen. Volgens de ESC Guidelines for the diagnosis and treatment of acute and chronic HF uit 2021 is echter meer bewijs nodig voor het effect van vochtbeperking in deze populatie.
Eerder liet de FRESH-UP-studie (Fluid REStriction in Heart Failure vs Liberal Fluid UPtake) zien dat een liberale versus beperkte vochtinname gedurende 3 maanden resulteerde in een trend naar een betere gezondheidsstatus bij patiënten met chronisch HF en significant minder dorst, en er was geen verschil in de veiligheidsuitkomsten, waaronder mortaliteit, HF-ziekenhuisopname en acute nierschade. Interessant was dat patiënten die waren toegewezen aan de studiearm met liberale vochtinname gemiddeld 1,76 l per dag dronken, wat maar iets meer was dan de beperkte dagelijkse inname van 1,5 l. In een vooraf gespecificeerde subanalyse van de FRESH-UP-studie werd het effect onderzocht van de vochtinname vóór de studie op de gezondheidsstatus, mate van dorst en vochtinname.
De FRESH-UP-studie was een multicentrische open-label-RCT die werd uitgevoerd in Nederland en waarin 504 poliklinische patiënten met chronisch HF (HF-klachten van NYHA klasse II-III) werden gerandomiseerd naar een liberale vochtinname of vochtbeperking van 1,5 l/dag gedurende 3 maanden. De primaire uitkomstmaat was de gezondheidsstatus, zoals beoordeeld met de KCCQ – Overall Summary Score (OSS), na 3 maanden. Secundaire uitkomstmaten waren onder andere de mate van dorst, zoals beoordeeld met de score op de Thirst Distress Scale for patients with HF (TDS-HF) (bereik: 8-40, waarbij een hogere score duidt op meer dorst), na 3 maanden en de door de patiënt gerapporteerde vochtinname na 6 weken.
Vóór de studie hielden 269 patiënten (53,4%) zich aan een vochtbeperkingsregime, terwijl 235 (46,6%) vrijelijk vloeistoffen hadden gedronken. Na randomisatie waren de deelnemers gelijkmatig verdeeld over de behandelgroepen.
Belangrijkste resultaten
- Van de patiënten die vóór het onderzoek hun vochtinname hadden beperkt, hadden de deelnemers die waren toegewezen aan een liberale vochtinname een hogere gemiddelde KCCQ-OSS na 3 maanden dan degenen die het vochtbeperkingsregime hadden gekregen (74,7; 95%BI: 71,2-78,3 vs. 73,8; 95%BI: 70,4-77,9). In de groep met een liberale vochtinname vóór het onderzoek werd een vergelijkbaar verschil waargenomen (73,2; 95%BI: 69,6-76,9 vs. 70,2; 95%BI: 66,3-74,2; P voor vergelijking tussen 4 groepen=0,036).
- De gemiddelde TDS-HF-score was 17,1 (95%BI: 15,6-18,5) bij patiënten met een liberale vochtinname en 18,4 (95%BI: 17,0-19,9) bij patiënten met een beperkte vochtinname in de groep met vochtbeperking voorafgaand aan de studie en respectievelijk 16,7 (95%BI: 15,1-18,3) en 18,7 (95%BI: 17,1-20,3) in de groep met liberale vochtinname voorafgaand aan het onderzoek (P voor vergelijking tussen 4 groepen=0,001).
- De grootste veranderingen in deze 2 parameters tussen de aanvang van de studie en 3 maanden werden gezien in de groepen die overgingen op een ander vochtinnameregime: patiënten met een beperkte vochtinname voorafgaand aan de studie die tijdens het onderzoek waren toegewezen aan een liberale vochtinname hadden een iets hogere gemiddelde KCCQ-OSS en een iets lagere gemiddelde TDS-HF-score, terwijl patiënten die overgingen van een liberale vochtinname voorafgaand aan de studie naar een beperkte vochtinname een lagere gemiddelde KCCQ-OSS en een hogere gemiddelde TDS-HF-score-hadden.
- Onder de deelnemers die gerandomiseerd waren naar vochtbeperking was er geen verschil in vochtinname tijdens de studie tussen patiënten met een beperkte vochtinname voorafgaand aan de studie en degenen met een liberale inname voorafgaand aan de studie (1486 vs. 1464 ml; P=0,39), noch was er een verschil onder de deelnemers die gerandomiseerd waren naar een liberale vochtinname tussen de vochtinnameregimes vóór de studie (1771 vs. 1757 ml; P=0,83).
Conclusie
Deze vooraf gespecificeerde subanalyse van de FRESH-UP-studie onder poliklinische patiënten met chronisch HF toonde dat omschakeling van vochtbeperking naar liberale vochtinname resulteerde in een betere gezondheidsstatus, zoals beoordeeld met de KCCQ-OSS, en minder dorst. De vochtinname tijdens de studie werd niet beïnvloed door de inname voorafgaand aan het onderzoek. Job Herrmann wijst erop dat de bevindingen in overeenstemming zijn met de clinical consensus statement on dietary sodium and fluid intake die de ESC Heart Failure Association in 2024 publiceerde, waarin werd voorgesteld dat patiënten met chronisch HF een normale vochtinname van 1,5-2,5 l zouden moeten aanhouden en dat grotere hoeveelheden zijn toegestaan.
- Onze rapportage is gebaseerd op de informatie die tijdens het ESC Heart Failure 2025-congres is verstrekt –