Door verpleegkundigen geleide secundaire preventie vermindert MACE na ACS

ACC.25 – In ALLEPRE leidde een volledig door verpleegkundigen gecoördineerd preventieprogramma tot verlaging van het MACE-risico, verhoging van de trainingsintensiteit en verbetering van de medicatietrouw bij hoogrisicopatiënten met ACS, vergeleken met standaardzorg.
Deze samenvatting is gebaseerd op de presentatie van dr. Giulia Magnani (Parma, Italië) tijdens de ACC.25 Scientific Session - Alliance For Secondary Prevention After An Acute Coronary Syndrome.
Introductie en methoden
Secundaire preventie na ACS is van belang om het aantal nieuw cardiovasculaire events te verminderen, maar de implementatie ervan in de dagelijkse klinische praktijk is suboptimaal. Actieve betrokkenheid van verpleegkundigen in secundaire preventieprogramma’s heeft positieve kortetermijneffecten laten zien, maar uitkomsten op de lange termijn die ook meetbaar zijn ontbreken.
In de ALLEPRE-studie (ALLiance for sEcondary PREvention after an acute coronary syndrome), een multicentrische, pragmatische interventie-RCT, werden 2057 patiënten die in het ziekenhuis waren opgenomen voor ACS in de Italiaanse regio Emilia-Romagna vóór ontslag gerandomiseerd naar een gestructureerd, intensief, volledig door verpleegkundigen gecoördineerd preventieprogramma (nurse-coordinated prevention program, NCPP) of standaardzorg. De deelnemers in de interventiegroep volgden 9 een-op-eensessies met een ervaren cardiologieverpleegkundige met als doel HVZ-risicofactoren te identificeren, een gezonde levensstijl te bevorderen en de medicatietrouw te controleren.
De primaire klinische uitkomstmaat was de incidentie van vastgelegde MACE, een samengestelde uitkomst van cardiovasculaire sterfte, niet-fataal MI of niet-fatale beroerte, na 5 jaar (maximale follow-upduur: 7 jaar). Secundaire uitkomstmaten waren onder andere een samengestelde uitkomst van MACE of ischemie-gedreven revascularisatie, de individuele componenten van de primaire uitkomstmaat en totale sterfte.
Belangrijkste resultaten
- Na een follow-upduur van 7 jaar was de incidentie van MACE 16,2% bij patiënten die waren gerandomiseerd naar het NCPP en 22,6% bij degenen die standaardzorg kregen (HR: 0,70; 95%BI: 0,57-0,85; P=0,0004), wat voornamelijk werd veroorzaakt door een lagere incidentie van niet-fataal MI (9,3% vs. 15,2%; HR: 0,60; 95%BI: 0,46-0,77; P=0,0001).
- De secundaire samengestelde uitkomstmaat van MACE of ischemie-gedreven revascularisatie trad op bij 19,0% van de patiënten in de NCPP-groep en bij 24,5% van de patiënten in de standaardzorggroep (HR: 0,77; 95%BI: 0,64-0,92; P=0,005).
- De inzet van het NCPP resulteerde ook in een kleine vermindering van de gemiddelde BMI in vergelijking met standaardzorg (P=0,003) en het verhoogde de intensiteit van lichaamsbeweging (OR: 1,52; 95%BI: 1,26-1,83; P<0,0001) en de medicatietrouw (OR: 1,54; 95%BI: 1,21-1,96; P<0,001).
Conclusie
In de ALLEPRE-studie verlaagde het NCPP het MACE-risico bij ACS-patiënten met een hoog risico in vergelijking met standaardzorg. Het programma resulteerde ook in goede BMI-controle, intensievere lichaamsbeweging en betere medicatietrouw.
- Onze rapportage is gebaseerd op de informatie die tijdens de ACC.25 Scientific Session is verstrekt -