Evolocumab verlaagt het risico op MACE in alle BMI-categorieën bij ASCVD, met het grootste voordeel bij ernstige obesitas
In een vooraf gespecificeerde analyse van de FOURIER-studie hadden patiënten met obesitas en ASCVD een hoger risico op MACE dan patiënten zonder obesitas. Hoewel de LDL-c-verlaging met evolocumab vergelijkbaar was bij patiënten met en zonder obesitas, werden grotere relatieve en absolute risicoreducties voor MACE gezien naarmate de ernst van obesitas toenam.
Deze samenvatting is gebaseerd op de publicatie van Kang YM, Giugliano RB, Keech AC, et al. - Obesity-Associated Cardiovascular Risk and Benefit From PCSK9 Inhibition: A Prespecified Analysis From FOURIER. J Am Coll Cardiol. 2026 Jun 2;87(21):3016-3025. Epub 2025 Dec 10. doi: 10.1016/j.jacc.2025.10.036.
Introductie en methoden
Achtergrond
Obesitas is geassocieerd met een verhoogd risico op ASCVD. Obesitas draagt via meerdere mechanismen bij aan het ontstaan van atherosclerose, waaronder insulineresistentie, diabetes, een afwijkend lipidenmetabolisme, hypertensie, chronische inflammatie en een protrombotische toestand [1-3]. De huidige klinische richtlijnen adviseren gewichtsverlies, in combinatie met optimale behandeling van traditionele cardiovasculaire risicofactoren, om het cardiovasculaire risico te verlagen. Het bereiken en behouden van gewichtsverlies blijft echter een uitdaging voor veel mensen met obesitas [4-5]. Intensieve lipidenverlagende therapieën kunnen een aanvullende strategie vormen om het cardiovasculaire risico bij hoogrisicopatiënten met obesitas verder te verlagen via complementaire werkingsmechanismen.
Doel van de studie
Het doel van deze studie was om de relatie tussen BMI, het risico op MACE en het klinische effect van evolocumab bij patiënten met vastgestelde ASCVD te onderzoeken.
Methoden
Dit was een vooraf gespecificeerde analyse van de gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde FOURIER-studie (Further Cardiovascular Outcomes Research with PCSK9 Inhibition in Subjects with Elevated Risk), waaraan 27.564 patiënten met stabiele ASCVD en een LDL-c ≥70 mg/dL (≥1,8 mmol/L) of een non-HDL-c ≥100 mg/dL (≥2,6 mmol/L) deelnamen, ondanks behandeling met een statine in hoge of matige intensiteit. De deelnemers werden gerandomiseerd naar subcutaan evolocumab (140 mg eenmaal per 2 weken of 420 mg eenmaal per 4 weken) of een vergelijkbare placebo. De mediane follow-upduur bedroeg 2,2 jaar.
Van de 27.500 deelnemers met beschikbare BMI-gegevens had 40% obesitas (BMI ≥30 kg/m²), waaronder 13% met obesitas klasse 2 of 3 (BMI ≥35 kg/m²).
Uitkomstmaten
Het primaire eindpunt was een samengesteld eindpunt van cardiovasculaire sterfte, MI, beroerte, ziekenhuisopname wegens instabiele angina pectoris of coronaire revascularisatie. Het belangrijkste secundaire eindpunt was een samengesteld eindpunt van cardiovasculaire sterfte, MI of beroerte.
Belangrijkste resultaten
BMI en cardiovasculair risico
- In de placebogroep ging elke toename van 5 BMI-eenheden boven een BMI van 30 kg/m² gepaard met een 11% hoger risico op het primaire eindpunt (gecorrigeerde HR: 1,11; 95%BI: 1,02–1,21).
- Het risico op het belangrijkste secundaire eindpunt (cardiovasculaire sterfte, MI of beroerte) nam met 16% toe per toename van 5 BMI-eenheden boven een BMI van 30 kg/m² (gecorrigeerde HR: 1,16; 95%BI: 1,04–1,28).
Effect van evolocumab
- Evolocumab verlaagde het LDL-c met 60,8% bij patiënten met een BMI <30 kg/m² en met 56,3% bij patiënten met een BMI ≥30 kg/m².
- De risicoreductie voor MACE met evolocumab was groter naarmate de ernst van obesitas toenam wanneer BMI als continue variabele werd geanalyseerd (P voor interactie=0,025 voor BMI >30 kg/m²).
- Evolocumab verlaagde ook het risico op het primaire eindpunt in alle BMI-categorieën, waarbij de relatieve risicoreductie toenam met de ernst van obesitas. De hazardratio's bedroegen 0,89 (95%BI: 0,81–0,98) voor een BMI <30 kg/m², 0,86 (95%BI: 0,75–0,98) voor een BMI van 30–<35 kg/m² en 0,71 (95%BI: 0,59–0,86) voor een BMI ≥35 kg/m². De overeenkomstige absolute risicoreducties bedroegen respectievelijk 1,4%, 1,8% en 5,7%.
Conclusie
In deze vooraf gespecificeerde analyse van de FOURIER-studie ging obesitas bij patiënten met ASCVD gepaard met een hoger risico op MACE. Hoewel evolocumab een vergelijkbare LDL-c-verlaging bereikte, ongeacht de BMI, waren zowel de relatieve als de absolute reducties in cardiovasculaire events groter bij patiënten met een hogere BMI, met name bij patiënten met een BMI ≥35 kg/m².
Referenties
- GBD Obesity Collaborators, Afshin A, Forouzanfar MH, Reitsma MB, Sur P, et al. Health effects of overweight and obesity in 195 countries over 25 Years. N Engl J Med. 2017;377:13–27. https://doi.org/10.1056/NEJMoa1614362
- Bays HE, Toth PP, Kris-Etherton PM, et al. Obesity, adiposity, and dyslipidemia: a consensus statement from the National Lipid Association. J Clin Lipidol. 2013;7:304–383. https://doi.org/10. 1016/j.jacl.2013.04.001
- Grundy SM. Obesity, metabolic syndrome, and cardiovascular disease. J Clin Endocrinol Metab. 2004;89:2595–2600. https://doi.org/10.1210/jc. 2004-0372
- Arnett DK, Blumenthal RS, Albert MA, et al. 2019 ACC/AHA guideline on the primary preven tion of cardiovascular disease: a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Clinical Practice Guidelines. J Am Coll Cardiol. 2019;74:e177–e232. https://doi.org/10.1016/j.jacc.2019.03.010
- Jensen MD, Ryan DH, Apovian CM, et al. 2013 AHA/ACC/TOS guideline for the management of overweight and obesity in adults: a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines and The Obesity Society. J Am Coll Cardiol. 2014;63: 2985–3023. https://doi.org/10.1016/j.jacc.2013.11.004
