Evolocumab vermindert MACE bij patiënten met hoog HVZ-risico zonder eerder MI of beroerte
AHA 2025 – In VESALIUS-CV onder patiënten met atherosclerose of diabetes maar zonder voorgeschiedenis van MI of beroerte leidde behandeling met evolocumab, naast lipidenverlagende therapie, tot een lager risico op eerste MACE vergeleken met placebo.
Deze samenvatting is gebaseerd op de presentatie van Dr. Erin Bohula (Boston, MA, VS) tijdens de AHA Scientific Sessions 2025 - Effect of Evolocumab in Patients at High Cardiovascular Risk without Prior Myocardial Infarction or Stroke: Primary Results of the VESALIUS-CV trial.
Introductie en methoden
PCSK9-remmers verminderen het risico op MACE bij patiënten met een eerder ernstig ASCVD-event, zoals een MI of beroerte. Het is echter onbekend of PCSK9-remming ook een klinisch gunstig effect heeft bij patiënten met een hoog HVZ-risico maar zonder voorgeschiedenis van een MI of beroerte.
De VESALIUS-CV-studie (The Effect of EVolocumab in PatiEntS at High CArdiovascuLar RIsk WithoUt Prior Myocardial Infarction or Stroke) was een internationale, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase 3-RCT waarin 12.257 stabiele patiënten met coronairlijden zonder MI, cerebrovasculaire aandoening zonder beroerte, perifere arteriële ziekte of hoogrisico-diabetes werden gerandomiseerd naar evolocumab 140 mg elke 2 weken of placebo, naast geoptimaliseerde lipidenverlagende therapie. De inclusiecriteria waren onder meer LDL-c ≥90 mg/dl (≥2,3 mmol/l), niet-HDL-c ≥120 mg/dl (≥3,1 mmol/l) of apoB ≥80 mg/dl (≥1,56 µmol/l). De mediane follow-upduur was 4,6 jaar.
De co-primaire uitkomstmaten waren een samengestelde uitkomst van de tijd tot sterfte door CHD, MI of ischemische beroerte (3-punts-MACE) en een samengestelde uitkomst van de tijd tot 3-punts-MACE of ischemie-gedreven arteriële revascularisatie (4-punts-MACE).
Belangrijkste resultaten
- De cumulatieve incidentie van 3-punts-MACE was 6,2% bij patiënten die werden behandeld met evolocumab en 8,0% bij met placebo behandelde patiënten (HR: 0,75; 95%BI: 0,65-0,86; P<0,0001).
- Het risico op 4-punts-MACE was ook lager in de evolocumabgroep dan in de placebogroep (13,4% vs. 16,2%; HR: 0,81; 95%BI: 0,73-0,89; P<0,0001).
- Bovendien was de frequentie van totale sterfte (een van de belangrijkste secundaire uitkomstmaten) lager in de evolocumabgroep dan in de placebogroep (7,9% vs. 9,7%; HR: 0,80; 95%BI: 0,70-0,91; P=0,0005).
- Een lipidensubstudie (n=2014) toonde dat behandeling met evolocumab de mediane LDL-c-waarde verlaagde van 115 mg/dl (IQR: 94-143) bij aanvang van de studie tot 45 mg/dl (IQR: 26-73) na 48 weken, vergeleken met een verlaging tot 109 mg/dl (IQR: 86-144) in de placebogroep (absolute reductie: 63 mg/dl; relatieve reductie: 55%; P<0,0001).
Conclusie
Bij patiënten met een hoog HVZ-risico maar zonder een eerder MI of een eerdere beroerte leidde de toevoeging van evolocumab aan lipidenverlagende therapie tot een lager risico op een eerste MACE vergeleken met placebo. Erin Bohula concludeerde dat deze onderzoeksresultaten “een intensieve LDL-c-verlaging tot ~40 mg/dl ondersteunen, zelfs bij patiënten zonder voorgeschiedenis van een MI of beroerte”.
- Onze rapportage is gebaseerd op de informatie die tijdens de AHA Scientific Sessions 2025 is verstrekt -
