Fase 3-resultaten over verlenging van antistollingsbehandeling met halve dosis apixaban bij actieve kanker

ACC.25 – In de API-CAT-studie was apixaban 2,5 mg 2 dd niet inferieur aan 5 mg 2 dd in het voorkómen van recidiverende veneuze trombo-embolie (VTE) en het verminderde bloedingen bij patiënten met kankergeassocieerde VTE die een antistollingsbehandeling ≥6 maanden hadden gekregen.
Deze samenvatting is gebaseerd op de presentatie van prof. dr. Isabelle Mahé (Parijs, Frankrijk) tijdens de ACC.25 Scientific Session - Extended Anticoagulant Treatment With A Reduced Versus Full Dose Apixaban In Patients With Cancer-associated Venous Thromboembolism: The API-CAT Study.
Introductie en methoden
Hoewel het risico op recidiverende veneuze trombo-embolie (VTE) bij patiënten met actieve kanker en VTE na verloop van tijd afneemt, blijft het risico op bloedingen aanzienlijk. Klinische richtlijnen adviseren om de antistollingsbehandeling voort te zetten zolang de kanker actief is of de kankerbehandeling nog gaande is. Het is echter onbekend of een verlaagde dosis van een oraal anticoagulans effectief is in het voorkómen van recidiverende trombo-embolische events en het verlagen van het bloedingsrisico.
De API-CAT-studie (APIxaban Cancer-Associated Thrombosis) was een internationale, door onderzoekers geïnitieerde, dubbelblinde, non-inferioriteitsstudie (fase 3-RCT) met geblindeerde centrale uitkomstbeoordeling. In deze studie werden 1766 opeenvolgende patiënten met actieve kanker en VTE (d.w.z.: proximale diep-veneuze trombose van de onderste ledemaat of symptomatische of incidentele longembolie) die een antistollingsbehandeling ≥6 maanden hadden gekregen, gerandomiseerd naar oraal apixaban 5 mg tweemaal daags of een verlaagde dosis van 2,5 mg tweemaal daags, beide gedurende 12 maanden. De mediane tijd tussen het VTE-indexevent en de randomisatie was 8,0 maanden (IQR: 6,5-12,6) en de mediane behandelduur was 11,8 maanden (IQR: 8,3-12,1).
De primaire werkzaamheidsuitkomstmaat was centraal vastgelegde recidiverende (fatale of niet-fatale) VTE volgens een non-inferioriteitsanalyse (vooraf gespecificeerde non-inferioriteitsmarge voor bovengrens van 95%BI voor subdistributie-HR: 2,00). De belangrijkste secundaire veiligheidsuitkomstmaat was klinisch relevante bloeding, gedefinieerd als een samengestelde uitkomst van vastgelegde ernstige of klinisch relevante niet-ernstige bloeding, die werd beoordeeld in een superioriteitsanalyse.
Belangrijkste resultaten
- Een recidief van VTE trad op bij 18 patiënten (2,1%) die werden behandeld met de verlaagde apixabandosis en bij 24 patiënten (2,8%) die de volledige dosis kregen (gecorrigeerde subdistributie-HR: 0,76; 95%BI: 0,41-1,41; P=0,001 voor non-inferioriteit).
- De frequentie van klinisch relevante bloedingen was 12,1% in de groep met de verlaagde dosis en 15,6% in de groep met de volledige dosis (gecorrigeerde subdistributie-HR: 0,75; 95%BI: 0,58-0,97; P=0,03 voor superioriteit).
- Er was geen verschil in de incidentie van totale sterfte tussen de groep met de verlaagde dosis en die met de volledige dosis (17,7% vs. 19,6%; gecorrigeerde HR: 0,96; 95%BI: 0,86-1,06).
Conclusie
De API-CAT-studie liet zien dat een verlaagde dosis van apixaban (2,5 mg 2 dd) niet inferieur was aan een volledige apixabandosis (5 mg 2 dd) in het voorkómen van recidiverende VTE bij patiënten met actieve kanker en VTE die ≥6 maanden antistollingsbehandeling hadden gekregen. Behandeling met de verlaagde dosis resulteerde ook in een verlaagd risico op klinisch relevante bloedingen.
- Onze rapportage is gebaseerd op de informatie die tijdens de ACC.25 Scientific Session is verstrekt -