Gerandomiseerde studie laat zien dat koffie risico op recidiverend AF na cardioversie verlaagt
AHA 2025 – In DECAF verminderde het drinken van ≥1 kopjes koffie het risico op AF of atriumflutter na 6 maanden vergeleken met cafeïne-onthouding bij patiënten met een AF-voorgeschiedenis die succesvolle cardioversie hadden ondergaan, zonder toename van nadelige events.
Deze samenvatting is gebaseerd op de presentatie van Dr. Christopher Wong (Adelaide, Australië) tijdens de AHA Scientific Sessions 2025 - The Does Eliminating Coffee Avoid Fibrillation (DECAF) Trial.
Introductie en methoden
Meerdere observationele studies hebben laten zien dat koffie drinken de incidentie van AF vermindert of hier geen effect op heeft. Anderzijds suggereerde een recente analyse van gegevens uit de Multi-Ethnic Study of Atherosclerosis dat een hogere koffieconsumptie het AF-risico verhoogt. Data van gerandomiseerde studies ontbreken echter.
In de DECAF-studie (Does Eliminating Coffee Avoid Fibrillation?), een multinationale RCT, werden 200 patiënten (leeftijd: ≥21 jaar) met een voorgeschiedenis van AF die succesvolle cardioversie voor AF of atriumflutter hadden ondergaan, geïncludeerd. Ze werden gerandomiseerd naar ofwel consumptie van ≥1 kopjes cafeïnehoudende koffie per dag ofwel onthouding van koffie en cafeïnehoudende producten gedurende 6 maanden. De deelnemers moesten in de afgelopen 5 jaar ≥1 kopjes koffie per dag hebben gedronken.
De primaire uitkomstmaat was een klinisch gedetecteerd recidief van AF of atriumflutter gedurende ≥30 s, na 6 maanden. De secundaire uitkomstmaten waren de afzonderlijke incidentie van terugkerend AF of atriumflutter en de frequentie van nadelige events, waaronder MACE, bezoek aan de Spoedeisende Hulp, ziekenhuisopname en overlijden.
Belangrijkste resultaten
- In de primaire intention-to-treat-analyse, waarin alle studiedeelnemers werden meegenomen ongeacht hun therapietrouw, trad de primaire uitkomstmaat op bij 47% van de patiënten die waren toegewezen aan koffieconsumptie (n=100) en bij 64% van de patiënten in de groep die geen koffie of cafeïne consumeerde (n=100) (HR: 0,61; 95%BI: 0,42-0,89; P=0,01).
- Soortgelijke resultaten werden waargenomen voor de incidentie van recidiverend AF alleen (HR: 0,62; 95%BI: 0,43-0,91; P=0,01) en in de vooraf gespecificeerde as-treated-analyse op basis van de werkelijke koffieconsumptie (HR: 0,53; 95%BI: 0,36-0,78; P=0,002).
- Er was geen verschil in de frequentie van nadelige events tussen de 2 groepen.
Conclusie
In deze RCT onder koffiedrinkers met een voorgeschiedenis van AF die succesvolle cardioversie hadden ondergaan, was de consumptie van cafeïnehoudende koffie geassocieerd met een lagere incidentie van recidiverend AF of atriumflutter na 6 maanden vergeleken met cafeïnevrije koffie, zonder toename van het aantal nadelige events.
- Onze rapportage is gebaseerd op de informatie die tijdens de AHA Scientific Sessions 2025 is verstrekt en publicatie van de data in JAMA -
