Klachtenernst heeft geen invloed op gunstige effect van aficamten bij oHCM

ESC Heart Failure 2025 – Een secundaire analyse van SEQUOIA-HCM onder patiënten met obstructieve hypertrofische cardiomyopathie (oHCM) toonde dat aficamten meerdere klinisch relevante uitkomsten verbeterde, ongeacht de ernst van de klachten.
Deze samenvatting is gebaseerd op de presentatie van prof. Iacopo Olivotto (Florence, Italië) tijdens het ESC Heart Failure 2025-congres - Efficacy and safety of aficamten in patients with obstructive hypertrophic cardiomyopathy and mild symptoms.
Introductie en methoden
Bij patiënten met obstructieve hypertrofische cardiomyopathie (oHCM) leidt de subjectiviteit en heterogeniteit van de klachten vaak tot onderbehandeling van diegenen met objectief gemeten ziekte-ernst, vooral wanneer de klachten subtiel zijn. Patiënten met oHCM en lichte klachten die refractair zijn voor eerstelijns medische therapie vormen daarom een onbeantwoorde klinische behoefte.
Onlangs liet de SEQUOIA-HCM-studie (Safety, Efficacy, and Quantitative Understanding of Obstruction Impact of Aficamten in HCM) zien dat behandeling met aficamten de klachten verminderde en de functionele capaciteit en levenskwaliteit verbeterde in vergelijking met placebo bij patiënten met oHCM. In een secundaire analyse van de SEQUOIA-HCM-studie werden de werkzaamheid en veiligheid onderzocht bij oHCM-patiënten gestratificeerd naar de ernst van de klachten bij aanvang van de studie.
De SEQUOIA-HCM-studie was een internationale, multicentrische, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase 3-RCT waarin 282 patiënten met symptomatische oHCM (HF-klachten van NYHA-klasse II-III; linkerventrikeluitstroomtraject (left ventricular outflow tract, LVOT) gradiënt ≥30 mmHg in rust en ≥50 mmHg na Valsalva-manoeuvre) en een verminderde inspanningscapaciteit (piekzuurstofopname (pVO₂) ≤90% van voorspeld) werden gerandomiseerd naar aficamten of placebo eenmaal daags gedurende 24 weken, naast standaardzorg. De aficamtendosis werd opgetitreerd van 5 tot 20 mg op basis van de beoogde LVOT-gradiënt en LVEF. In de huidige analyse werden 118 patiënten met lichte klachten (NYHA-klasse II en KCCQ – Clinical Summary Score (CSS) ≥80) en 150 met matige tot ernstige klachten (NYHA-klasse II-IV en KCCQ-CSS <80) geïncludeerd; 14 patiënten met HF-klachten van NYHA-klasse III en KCCQ-CSS ≥80 werden geëxcludeerd.
De primaire uitkomstmaat was de verandering in de pVO₂ vanaf de studieaanvang tot 24 weken. Secundaire uitkomstmaten waren onder andere de verandering vanaf de studieaanvang tot 24 weken in de NYHA-klasse van de HF-klachten, de KCCQ-CSS, de LVOT-gradiënt in rust en na de Valsalva-manoeuvre en de NT-proBNP-waarde, en de veiligheid.
Belangrijkste resultaten
- Onder patiënten die werden behandeld met aficamten, was er geen verschil in de placebogecorrigeerde gemiddelde verandering in de pVO₂ vanaf de studieaanvang tot 24 weken tussen deelnemers met lichte klachten (n=62) en degenen met matige tot ernstige klachten (n=71) (1,6 ml/kg/min; 95%BI: 0,5-2,7 vs. 1,8 ml/kg/min; 95%BI: 0,8-2,8; P voor interactie=0,8).
- De placebogecorrigeerde gemiddelde verandering in de KCCQ-CSS met aficamten was 4 punten (95%BI: 1-6) in de groep met lichte klachten en 10 punten (95%BI: 6-15) in de groep met matige tot ernstige klachten (P voor interactie=0,02).
- Na 24 weken was bij 53% van de patiënten met lichte klachten en bij 58% van de patiënten met ernstiger klachten sprake van verbetering van de NYHA-klasse ≥1 (P voor interactie=0,6).
- Er was geen verschil in de verandering in de andere secundaire uitkomstmaten tussen de 2 klachtengroepen (alle P voor interactie>0,05).
- De frequentie van ernstige nadelige events die tijdens de behandeling optraden en de incidentie van LVEF <50% waren laag in de 2 behandelgroepen en in beide klachtengroepen.
Conclusie
In deze secundaire analyse van de SEQUOIA-HCM-studie onder patiënten met symptomatische oHCM resulteerde behandeling met aficamten in verbetering van meerdere klinisch relevante uitkomsten, zoals de klachtenernst en de inspanningscapaciteit, ongeacht de ernst van de klachten bij studieaanvang.
- Onze rapportage is gebaseerd op de informatie die tijdens het ESC Heart Failure 2025-congres is verstrekt en publicatie van de data in Eur Heart J. -