Koffie- en theeconsumptie en langetermijnrisico op dementie
Analyse van 2 grote prospectieve cohorten met een follow-up van maximaal 43 jaar toonde dat het drinken van meer cafeïnehoudende koffie of thee, maar niet van cafeïnevrije koffie, geassocieerd was met een lager dementierisico en een iets betere cognitieve prestatie.
Deze samenvatting is gebaseerd op de publicatie van Zhang Y, Liu Y, Li Y, et al. - Coffee and Tea Intake, Dementia Risk, and Cognitive Function. JAMA. 2026 Feb 9:e2527259 [Online ahead of print]. doi: 10.1001/jama.2025.27259
Introductie en methoden
Achtergrond
In meerdere prospectieve studies is het effect van koffie- en cafeïneconsumptie op cognitieve achteruitgang en het risico op dementie onderzocht, maar de resultaten ervan verschillen sterk [1-5]. Bovendien werd in de meeste studies geen onderscheid gemaakt tussen cafeïnehoudende en -vrije koffie en was de follow-upperiode maar kort [6].
Doel van de studie
Het doel van deze studie was om de associatie te onderzoeken tussen langdurige consumptie van cafeïnehoudende koffie, -vrije koffie of thee enerzijds en het dementierisico en de cognitieve functie anderzijds.
Methoden
In een prospectieve cohortstudie werden de gegevens opgenomen van 86.606 vrouwelijke deelnemers aan de Nurses’ Health Study (NHS; 1980-2023) en van 45.215 mannelijke deelnemers aan de Health Professionals Follow-up Study (1986-2023), beide uitgevoerd in de VS [7,8]. Uitsluitingscriteria waren kanker, ziekte van Parkinson en dementie bij aanvang van de studie. De consumptie van cafeïnehoudende koffie, -vrije koffie en thee werd bij aanvang van de studie en daarna elke 2-4 jaar geanalyseerd met gevalideerde voedingsfrequentievragenlijsten. De mediane follow-upduur was 36,8 jaar (IQR: 28-42).
Uitkomstmaten
De primaire uitkomstmaat was dementie, die werd vastgesteld aan de hand van overlijdensakten en tweejaarlijkse zelfgerapporteerde diagnoses van artsen. De secundaire uitkomstmaten waren onder meer subjectieve cognitieve achteruitgang op basis van een vragenlijstscore (bereik: 0-7, waarbij een hogere score wijst op een grotere waargenomen achteruitgang; subjectieve cognitieve achteruitgang was gedefinieerd als score ≥3). Alleen bij NHS-deelnemers >70 jaar oud werd de objectieve cognitieve functie beoordeeld, aan de hand van 6 telefonische neuropsychologische tests, zoals de score op de Telephone Interview for Cognitive Status (TICS) (bereik: 0-41). De globale cognitie was gebaseerd op een gestandaardiseerde gemiddelde z-score voor alle 6 afgenomen cognitieve tests.
Belangrijkste resultaten
Dementierisico
- In een gepoolde analyse van beide cohorten, gecorrigeerd voor mogelijke confounders, was een hogere inname van cafeïnehoudende koffie geassocieerd met een verminderd risico op dementie tijdens de follow-up: bij deelnemers die de meeste cafeïnehoudende koffie dronken (hoogste kwartiel), was het dementierisico 18% lager dan bij degenen die de kleinste hoeveelheid cafeïnehoudende koffie dronken (laagste kwartiel) (incidentie: 141 vs. 330 casussen per 100.000 persoonsjaren; gecorrigeerde HR: 0,82; 95%BI: 0,76-0,89; P voor trend<0,001).
- Een hogere consumptie van thee was eveneens geassocieerd met een lager dementierisico (hoogste vs. laagste tertiel: 201 vs. 321 casussen per 100.000 persoonsjaren; gecorrigeerde HR: 0,86; 95%BI: 0,83-0,90; P voor trend<0,001).
- Daarentegen was de consumptie van cafeïnevrije koffie niet geassocieerd met het dementierisico in de loop van de tijd (hoogste vs. laagste tertiel: 262 vs. 259 casussen per 100.000 persoonsjaren; gecorrigeerde HR: 0,97; 95%BI: 0,93-1,01; P voor trend=0,34).
Subjectieve cognitieve achteruitgang
- Een gecorrigeerde gepoolde cohortanalyse toonde dat een lagere prevalentie van subjectieve cognitieve achteruitgang in het hoogste kwartiel van cafeïnehoudende koffieconsumptie vergeleken met het laagste kwartiel (7,8% vs. 9,5%; gecorrigeerde prevalentieratio: 0,85; 95%BI: 0,78-0,93; P voor trend<0,001).
- Voor theeconsumptie vertoonde het hoogste tertiel ook een lagere prevalentie van subjectieve cognitieve achteruitgang dan het laagste tertiel (8,1% vs. 9,5%; gecorrigeerde prevalentieratio: 0,86; 95%BI: 0,80-0,93; P voor trend<0,001).
- De consumptie van cafeïnevrije koffie vertoonde echter een positieve associatie met de prevalentie van subjectieve cognitieve achteruitgang (hoogste vs. laagste tertiel: 9,7% vs. 8,5%; gecorrigeerde prevalentieratio: 1,16; 95%BI: 1,08-1,24; P voor trend<0,001).
Objectieve cognitieve functie
- In de NHS-subgroep met een leeftijd van >70 jaar was een hogere inname van cafeïnehoudende koffie geassocieerd met een iets betere objectieve cognitieve functie. Zo hadden deelnemers in het hoogste kwartiel een hogere gemiddelde TICS-score dan degenen in het laagste kwartiel (gecorrigeerd gemiddeld verschil: 0,11; 95%BI: 0,01-0,21; P voor trend=0,03).
- Maar het drinken van meer cafeïnehoudende koffie was niet geassocieerd met de gemiddelde globale cognitiescore (gecorrigeerd gemiddeld verschil tussen hoogste en laagste kwartiel: 0,02; 95%BI: -0,01 tot 0,04; P voor trend=0,06).
- In vergelijking met het laagste tertiel was het hoogste tertiel van theeconsumptie geassocieerd met een hogere TICS-score (gecorrigeerd gemiddeld verschil: 0,16; 95%BI: 0,08-0,25; P voor trend=0,001) en een hogere globale cognitiescore (gecorrigeerd gemiddeld verschil: 0,04; 95%BI: 0,02-0,06; P voor trend<0,001).
- De consumptie van cafeïnevrije koffie ging niet gepaard met een betere cognitieve prestatie (voor beide tests: P voor trend>0,05).
Dosis-responsanalyse
- Een dosis-responsanalyse liet een niet-lineair omgekeerd verband zien tussen de consumptie van cafeïnehoudende koffie, thee of cafeïne (d.w.z.: koffie, thee, frisdrank en chocolade) en zowel het dementierisico als subjectieve cognitieve achteruitgang.
- Dagelijkse consumptie van ongeveer 2-3 kopjes cafeïnehoudende koffie of 1-2 kopjes thee was gerelateerd aan het laagste risico op dementie vergeleken met geen consumptie.
Conclusie
In deze analyse van 2 grote, Amerikaanse, prospectieve, observationele cohorten die voornamelijk bestonden uit gezondheidswerkers, met een follow-up van maximaal 43 jaar, was een hogere consumptie van cafeïnehoudende koffie of thee geassocieerd met een verminderd risico op dementie, een lagere prevalentie van subjectieve cognitieve achteruitgang en een iets betere objectieve cognitieve functie (dit laatste was alleen beoordeeld bij vrouwen). De sterkste relatie werd waargenomen bij een matige dagelijkse consumptie (d.w.z.: 2-3 kopjes cafeïnehoudende koffie of 1-2 kopjes thee). De consumptie van cafeïnevrije koffie was niet geassocieerd met een lager dementierisico of een betere cognitieve prestatie.
De auteurs merken wel op dat de voedingsfrequentievragenlijsten “geen gedetailleerde informatie bevatten over het specifieke type thee dat werd geconsumeerd (bijvoorbeeld groene vs. zwarte thee of cafeïnehoudende vs. -vrije thee) of de koffiebereidingsmethode (bijvoorbeeld de herkomst van de bonen, brandingsgraad of zetmethode). Variaties in deze factoren kunnen de concentratie van cafeïne en die van andere bioactieve stoffen beïnvloeden.”
Referenties
- Liu QP, Wu YF, Cheng HY, et al. Habitual coffee consumption and risk of cognitive decline/dementia: a systematic review and meta-analysis of prospective cohort studies. Nutrition. 2016;32(6):628-636. doi: 10.1016/j.nut.2015.11.015
- Panza F, Solfrizzi V, Barulli MR, et al. Coffee, tea, and caffeine consumption and prevention of late-life cognitive decline and dementia: a systematic review. J Nutr Health Aging. 2015;19(3):313-328. doi: 10.1007/s12603-014-0563-8
- Larsson SC, Orsini N. Coffee consumption and risk of dementia and Alzheimer’s disease: a dose-response meta-analysis of prospective studies. Nutrients. 2018;10(10):1501. doi: 10.3390/nu10101501
- Nila IS, Villagra Moran VM, Khan ZA, Hong Y. Effect of daily coffee consumption on the risk of Alzheimer’s disease: a systematic review and meta-analysis. J Lifestyle Med. 2023;13(2):83-89. doi: 10.15280/jlm.2023.13.2.83
- Zhu Y, Hu CX, Liu X, Zhu RX, Wang BQ. Moderate coffee or tea consumption decreased the risk of cognitive disorders: an updated dose-response meta-analysis. Nutr Rev. 2024;82(6):738-748. doi: 10.1093/nutrit/nuad089
- Chen JQA, Scheltens P, Groot C, Ossenkoppele R. Associations between caffeine consumption, cognitive decline, and dementia: a systematic review. J Alzheimers Dis. 2020;78(4):1519-1546. doi: 10.3233/JAD-201069
- Colditz GA, Manson JE, Hankinson SE. The Nurses’ Health Study: 20-year contribution to the understanding of health among women. J Womens Health. 1997;6(1):49-62. doi: 10.1089/jwh.1997.6.49
- Rimm EB, Giovannucci EL, Willett WC, et al. Prospective study of alcohol consumption and risk of coronary disease in men. Lancet. 1991;338(8765):464-468. doi: 10.1016/0140-6736(91)90542-W
