Krachttraining geassocieerd met lager CV-risico bij vrouwen
In een grote prospectieve cohortstudie onder Amerikaanse vrouwen was consistente krachttraining geassocieerd met een lager risico op ernstige cardiovasculaire aandoeningen, met name MI. Het laagste risico werd waargenomen bij vrouwen die krachttraining combineerden met de aanbevolen hoeveelheid aerobe activiteit en weinig sedentair televisie keken.
Deze samenvatting is gebaseerd op de publicatie van Zhang T, Zhang Y, Lee DH, et al. - Resistance Training, Aerobic Activity, Television Viewing, and Risk of Major Cardiovascular Events in U.S. Women. J Am Coll Cardiol. 2026 May 25:S0735-1097(26)06355-2. [Online ahead of print]. doi: 10.1016/j.jacc.2026.04.036.
Introductie en methoden
Achtergrond
Het is bekend dat aërobe lichaamsbeweging een belangrijke rol speelt bij de preventie van hart- en vaatziekten (HVZ) [1], terwijl de rol van krachttraining minder duidelijk is, met name bij vrouwen van middelbare leeftijd en oudere vrouwen. De huidige Amerikaanse richtlijnen voor lichamelijke activiteit adviseren om naast aerobe activiteit ten minste tweemaal per week aan krachttraining te doen [2]. Tegelijkertijd is langdurig sedentair gedrag, waaronder televisiekijken, naar voren gekomen als een onafhankelijke risicofactor voor HVZ [3-4]. Er is nog beperkt bewijs over krachttraining en het risico op HVZ bij vrouwen, met name wat betreft dosis-responsrelaties, verschillen tussen MI en beroerte en de gecombineerde effecten van krachttraining, aerobe activiteit en sedentair gedrag.
Doel van de studie
Het doel van de studie was om de associatie tussen langdurige krachttraining en het risico op ernstige HVZ bij vrouwen te onderzoeken. De onderzoekers evalueerden ook de gezamenlijke associaties van krachttraining, aerobe activiteit en sedentair televisiekijken.
Methoden
Deze prospectieve cohortstudie omvatte 117.025 vrouwen uit 2 lopende Amerikaanse cohorten: 45.669 deelnemers uit de Nurses’ Health Study (NHS; baseline vastgesteld op 2002) en 71.356 uit de Nurses’ Health Study II (NHS II; baseline vastgesteld op 2003). Vrouwen met een voorgeschiedenis van MI, CABG, angina pectoris, beroerte of kanker werden uitgesloten. De gemiddelde leeftijd bij studieaanvang bedroeg 66,8 jaar in NHS en 48,1 jaar in NHS II.
Lichamelijke activiteit werd tijdens de follow-up herhaaldelijk beoordeeld met gevalideerde vragenlijsten, met maximaal 5 metingen. Krachttraining werd ongeveer elke 4 jaar afzonderlijk gerapporteerd voor de armen en benen. Deze waarden werden bij elkaar opgeteld om de totale duur van krachttraining te berekenen. Tijdvariërende cumulatieve gemiddelden werden gebruikt als maat voor langdurige blootstelling.
Krachttraining werd gecategoriseerd als 0, >0 tot <0,5, 0,5 tot <1, 1 tot <2 en ≥2 uur/week. Een drempelwaarde van ≥1 uur/week, overeenkomend met twee sessies van 30 minuten, werd gebruikt om te bepalen of aan de aanbeveling voor krachttraining werd voldaan. De aanbevolen hoeveelheid aerobe activiteit werd gedefinieerd als ≥15 MET-uur/week en weinig sedentair televisiekijken als <2 uur/dag.
Om mogelijke omgekeerde causaliteit te beperken, hanteerden de onderzoekers een tijdsinterval van 2 jaar tussen de beoordeling van krachttraining en het daaropvolgende risico op HVZ. Cox proportional hazards-modellen werden gecorrigeerd voor demografische, leefstijl-, voedings- en cardiovasculaire risicofactoren, waaronder aerobe activiteit.
Uitkomstmaten
De primaire uitkomstmaat was incidente ernstige HVZ, gedefinieerd als een samengestelde uitkomst van niet-fataal of fataal MI, beroerte, CABG of PCI. Associaties met MI en beroerte werden ook afzonderlijk geëvalueerd.
Belangrijkste resultaten
Ernstige HVZ
- Tijdens een gemiddelde follow-up van 14,5 jaar, overeenkomend met 1.630.964 persoonsjaren, traden 5.459 incidente ernstige HVZ-events op.
- In de gepoolde analyses hadden vrouwen die ≥2 uur/week aan krachttraining deden een 20% lager risico op ernstige HVZ dan vrouwen die geen krachttraining rapporteerden (HR: 0,80; 95%BI: 0,69-0,92; P voor trend=0,007).
- Elk extra uur krachttraining per week was geassocieerd met een 5% lager risico op ernstige HVZ (HR per 1 uur/week: 0,95; 95%BI: 0,92-0,99).
- Analyses met restricted cubic splines toonden een lineaire inverse associatie tussen krachttraining en het risico op ernstige HVZ (P voor lineariteit=0,003; P voor non-lineariteit=0,324).
- Aanvullende correctie voor BMI en cardiometabole aandoeningen zwakte de associatie slechts in beperkte mate af. Voor ≥2 versus 0 uur/week was de HR voor ernstige HVZ 0,83 (95%BI: 0,72-0,96) na correctie voor BMI en 0,86 (95%BI: 0,75-0,98) na aanvullende correctie voor diabetes, hypertensie, hypercholesterolemie en gerelateerde medicatie.
MI en beroerte
- Tijdens de follow-up traden 1.681 MI's en 1.944 beroertes op.
- In de gepoolde analyses hadden vrouwen die ≥2 uur/week aan krachttraining deden een 44% lager risico op MI dan vrouwen die geen krachttraining rapporteerden (HR: 0,56; 95%BI: 0,41-0,76; P voor trend<0,001).
- Elk extra uur krachttraining per week was geassocieerd met een 14% lager risico op MI (HR: 0,86; 95%BI: 0,79-0,93).
- Er werd geen associatie waargenomen tussen ≥2 uur/week krachttraining en beroerte (HR: 0,99; 95%BI: 0,80-1,23).
Gezamenlijke associatie van krachttraining, aerobe activiteit en weinig televisiekijken met het risico op CV-uitkomsten
- Vrouwen die voldeden aan de aanbevelingen voor aerobe activiteit (≥15 MET-uur/week), krachttraining (≥1 uur/week) en weinig sedentair televisiekijken (<2 uur/dag), hadden een 40% lager risico op ernstige HVZ dan vrouwen die aan geen van deze aanbevelingen voldeden (HR: 0,60; 95%BI: 0,53-0,69).
- Ter vergelijking: vrouwen die voldeden aan de aanbevelingen voor aerobe activiteit en weinig televisie keken, maar niet aan de aanbevolen hoeveelheid krachttraining voldeden, hadden een 27% lager risico op ernstige HVZ (HR: 0,73; 95%BI: 0,67-0,80).
Consistentie in trainingspatronen
- Vrouwen die consistent voldeden aan de aanbeveling voor krachttraining (≥1 uur/week gedurende ≥75% van de follow-up) hadden een lager risico op ernstige HVZ (HR: 0,78; 95%BI: 0,70-0,88), terwijl een kleinere hoeveelheid of minder consistente krachttraining niet geassocieerd was met een lager risico.
Conclusie
In deze analyse van 2 grote prospectieve cohorten van Amerikaanse vrouwen was een hogere mate van consistente krachttraining geassocieerd met een lager risico op ernstige HVZ, met een bijzonder sterke inverse associatie voor MI, maar zonder duidelijke associatie met beroerte. De bevindingen suggereren ook dat krachttraining mogelijk aanvullend cardiovasculair voordeel biedt, zelfs bij vrouwen die al voldoen aan de aanbevelingen voor aerobe activiteit en weinig tijd besteden aan televisiekijken.
Aangezien het echter om een observationeel onderzoek gaat, kan de analyse geen causaal verband aantonen, en blijven resterende confoundingfactoren en zelfgerapporteerde blootstelling aan krachttraining belangrijke beperkingen.
Referenties
- Tucker WJ, Fegers-Wustrow I, Halle M, Haykowsky MJ, Chung EH, Kovacic JC. Exercise for primary and secondary prevention of cardiovascular disease: JACC Focus Seminar 1/4. J Am Coll Cardiol. 2022;80(11):1091–1106. https://doi.org/10.1016/j.jacc.2022.07.004
- Piercy KL, Troiano RP, Ballard RM, et al. The physical activity guidelines for Americans. JAMA. 2018;320(19):2020–2028. https://doi.org/10.1001/jama.2018.14854
- Dai W, Albrecht SS. Sitting time and its interaction with physical activity in relation to all- cause and heart disease mortality in U.S. adults with diabetes. Diabetes Care. 2024;47(10):1764– 1768. https://doi.org/10.2337/dc24-0673
- Grøntved A, Hu FB. Television viewing and risk of type 2 diabetes, cardiovascular disease, and all- cause mortality: a meta-analysis. JAMA. 2011;305(23):2448–2455. https://doi.org/10.1001/jama.2011.812
