1. Startpagina
  2. Nieuws en literatuur
  3. Hyperlipidemie

Lp(a) niet geassocieerd met cardiovasculaire uitkomsten op lange termijn in secundaire-preventiecohorten

Analyse van observationele gegevens van 798 patiënten met vastgestelde ASCVD toonde een verband van de Lp(a)-waarde met een grotere plaquelast, maar niet met het 5-jaarsrisico op majeure nadelige cardiale events of het 10-jaarsrisico op totale sterfte.

Deze samenvatting is gebaseerd op de publicatie van de Mira JVF, Vlieger S, Mulder M, et al. - Lipoprotein(a), atherosclerotic plaque burden, and long-term cardiovascular outcomes in patients with coronary artery disease. Eur J Prev Cardiol. 2026 Mar 12:zwag138 [Online ahead of print]. doi: 10.1093/eurjpc/zwag138

Introductie en methoden

Achtergrond

Lp(a) is een onafhankelijke risicofactor voor ASCVD in primaire-preventiepopulaties [1-4]. Of Lp(a) ook het risico op nadelige cardiovasculaire events verhoogt bij patiënten met vastgestelde ASCVD die een door de richtlijnen aanbevolen lipidenverlagende behandeling krijgen, is nog onduidelijk. Meta-analyses over onderzoek in het kader van secundaire preventie hebben gemengde resultaten opgeleverd, variërend van een significant positieve associatie tot helemaal geen verband [5-7].

Doel van de studie

De auteurs onderzochten het verband tussen de Lp(a)-waarde en kenmerken van coronaire plaques enerzijds en cardiovasculaire uitkomsten op lange termijn anderzijds bij patiënten met vastgestelde ASCVD.

Methoden

Voor een gepoolde analyse werden de gegevens van 798 patiënten verzameld uit 2 observationele onderzoeken: de ATHEROREMO-IVUS-studie (The European Collaborative Project on Inflammation and Vascular Wall Remodeling in Atherosclerosis – Intravascular Ultrasound) en de IBIS-3-studie (Integrated Biomarker and Imaging Study 3) [8,9]. De deelnemers ondergingen coronaire angiografie of PCI voor stabiel coronairlijden of ACS in het Erasmus MC in Rotterdam in de periode 2008-2011. Patiënten ontvingen therapie naar het oordeel van de behandelend arts, die de destijds geldende ESC-richtlijnen volgde (90% kreeg statinetherapie).

Om de coronaire-plaquekenmerken te beoordelen, werden bij aanvang van de studie intravasculaire echografie (intravascular ultrasound, IVUS) en nabij-infraroodspectroscopie (NIRS) verricht op 1 niet-oorzakelijk coronair segment per patiënt. De mediane follow-upduur was 11,2 jaar (IQR: 10,9-11,5).

Uitkomstmaten

De primaire uitkomstmaat was de incidentie van vastgelegde majeure nadelige cardiale events, gedefinieerd als een samengestelde uitkomst van totale sterfte, ACS of ongeplande coronaire revascularisatie, na 5 jaar. De secundaire uitkomstmaat was vastgelegde totale sterfte na 10 jaar.

Belangrijkste resultaten

Verband tussen Lp(a) en coronaire-plaquekenmerken

  • Patiënten met Lp(a) >125 nmol/l (>~30 mg/dl) bij de studieaanvang hadden een hogere gemiddelde ± SD plaquelast, zoals beoordeeld met IVUS, dan patiënten met ≤125 nmol/l (40,7% ± 11,5% vs. 38,6% ± 10,7%; P=0,028; gecorrigeerde schatting: 2,84; 95%BI: 0,23-5,45; P=0,03).
  • Na correctie voor mogelijke confounders was er geen verband tussen de Lp(a)-waarde en andere uit IVUS afgeleide plaquekenmerken – waaronder de fracties van necrotische kern, dicht calcium en fibreus weefsel, het minimale luminale oppervlakte en de aanwezigheid van een fibroatheroom met dun kapsel – of uit NIRS afgeleide lipidenkernbelastingsindices (alle P>0,05).

Verband tussen Lp(a) en cardiovasculaire uitkomsten

  • Het risico op majeure nadelige cardiale events na 5 jaar follow-up was niet hoger bij deelnemers met Lp(a) >125 nmol/l dan bij degenen met ≤125 nmol/l (HR: 1,06; 95%BI: 0,70-1,60; P=0,78).
  • Wanneer Lp(a) als continue variabele werd geanalyseerd, was het 5-jaarsrisico op majeure nadelige cardiale events eveneens niet verhoogd (HR: 1,11; 95%BI: 0,99-1,24; P=0,12).
  • Daarnaast verschilde het 10-jaarsrisico op totale sterfte niet wanneer de Lp(a)-waarde werd geanalyseerd als een categorische variabele (>125 vs. ≤125 nmol/l) (HR: 0,63; 95%BI: 0,38-1,06; P=0,08), noch wanneer deze als een continue variabele werd onderzocht (HR: 0,91; 95%BI: 0,80-1,04; P=0,17).

Conclusie

Uit deze gepoolde analyse van de observationele ATHEROREMO- en IBIS-3-studies, waaraan 798 patiënten met vastgestelde ASCVD deelnamen die een lipidenverlagende behandeling kregen, bleek dat de Lp(a)-waarde geassocieerd was met een grotere atherosclerotische plaquelast, maar niet met specifieke coronaire-plaquekenmerken met een hoog risico. Bovendien was er geen verband tussen de Lp(a)-waarde en het 5-jaarsrisico op majeure nadelige cardiale events of het 10-jaarsrisico op totale sterfte. Volgens de auteurs “wijzen hun resultaten erop dat Lp(a) mogelijk een rol speelt bij de progressie van atherosclerotische plaque, maar wellicht geen bruikbare prognostische marker is voor het risico op kortere termijn in een populatie die al standaardtherapie in het kader van secundaire preventie krijgt”.

Vind dit artikel online op Eur J Prev Cardiol.

Referenties

  1. Erqou S, Kaptoge S, Perry P, Di Angelantonio E, Thompson A, White IR, et al. Lipoprotein(a) concentration and the risk of coronary heart disease, stroke, and nonvascular mortality. JAMA 2009;302:412.
  2. Kamstrup P, Benn M, Tybjaerg-Hansen A, Nordestgaard B. Extreme lipoprotein(a) levels and risk of myocardial infarction in the general population: the Copenhagen city heart study. Circulation 2008;117:176–184.
  3. Patel A, Wang (汪敏先) M, Pirruccello J, Ellinor PT, Ng K, Kathiresan S, et al. Lp(a) (lipoprotein[a]) concentrations and incident atherosclerotic cardiovascular disease: new insights from a large national biobank. Arterioscler Thromb Vasc Biol 2021;41:465–474.
  4. Fathieh S, Tang O, Gray MP, Zanchin C, Vernon ST, Genetzakis E, et al. Evaluating the role of lipoprotein(a) in enhancing risk stratification for the presence and extent of subclinical coronary artery disease burden: a BioHEART-CT study. Eur J Prev Cardiol 2025:zwaf323.
  5. Nordestgaard BG, Langsted A. Lipoprotein (a) as a cause of cardiovascular disease: insights from epidemiology, genetics, and biology. J Lipid Res 2016;57: 1953–1975.
  6. Willeit P, Ridker PM, Nestel PJ, Simes J, Tonkin AM, Pedersen TR, et al. Baseline and on-statin treatment lipoprotein(a) levels for prediction of cardiovascular events: individual patient-data meta-analysis of statin outcome trials. Lancet 2018;392:1311–1320.
  7. Kronenberg F, Mora S, Stroes ESG, Ference BA, Arsenault BJ, Berglund L, et al. Frequent questions and responses on the 2022 lipoprotein(a) consensus statement of the European atherosclerosis society. Atherosclerosis 2023;374: 107–120.
  8. De Boer SP, Cheng JM, Garcia-Garcia HM, Oemrawsingh RM, van Geuns R-J, Regar E, et al. Relation of genetic profile and novel circulating biomarkers with coronary plaque phenotype as determined by intravascular ultrasound: rationale and design of the ATHEROREMO-IVUS study. EuroIntervention 2014;10: 953–960.
  9. Cheng JM, Garcia-Garcia HM, de Boer SP, Kardys I, Heo JH, Akkerhuis KM, et al. In vivo detection of high-risk coronary plaques by radiofrequency intravascular ultrasound and cardiovascular outcome: results of the ATHEROREMO-IVUS study. Eur Heart J 2014;35:639–647.
Registreren

We zijn blij te zien dat je geniet van CVGK…
maar wat dacht u van een meer gepersonaliseerde ervaring?

Registreer gratis