Obicetrapib verlaagt LDL-c bij patiënten met HeFH
In de BROOKLYN-studie verlaagde obicetrapib het LDL-c na 84 en 365 dagen in vergelijking met placebo bij patiënten met HeFH en LDL-c ≥70 mg/dL ondanks maximaal getolereerde lipidenverlagende therapie.
Deze samenvatting is gebaseerd op de publicatie Nicholls SJ, Nelson AJ, Ditmarsch M, et al. - Obicetrapib in patients with heterozygous familial hypercholesterolemia: the BROOKLYN randomized clinical trial. Nat Med. 2026 Feb 27. [Online ahead of print] doi: 10. 1038/s41591-025-04179-4.
Introductie en methoden
Achtergrond
Patiënten met HeFH bereiken vaak de aanbevolen LDL-c-streefwaarden niet en blijven een hoog risico op HVZ houden [1-2]. Lipidenverlagende therapieën naast statines worden in deze patiëntenpopulatie relatief weinig gebruikt [2-3]. Obicetrapib is een selectieve, orale cholesterylestertransferproteïne (CETP)-remmer die het LDL-c verlaagt en het HDL-c verhoogt [4-8].
Doel van de studie
Het doel van de studie was om de werkzaamheid en veiligheid van obicetrapib te evalueren bij patiënten met HeFH en een LDL-c ≥70 mg/dL ondanks maximaal getolereerde lipidenverlagende therapie.
Methoden
De BROOKLYN-studie (Evaluate the Effect of Obicetrapib in Patients with HeFH on Top of Maximum Tolerated Lipid-Modifying Therapies) was een gerandomiseerde, placebogecontroleerde studie waarin 354 volwassenen met HeFH die werden behandeld met maximaal getolereerde lipidenverlagende therapie in een 2:1-verhouding werden gerandomiseerd naar obicetrapib 10 mg (n=236) of placebo (n=118) gedurende 365 dagen. Belangrijke inclusiecriteria waren LDL-c ≥70 mg/dl, triglyceriden <400 mg/dl en een eGFR ≥30 ml/min/1,73 m².
De deelnemers hadden een gemiddelde LDL-c-waarde van 122 mg/dl bij studieaanvang en de meeste patiënten gebruikten statinetherapie (87%). Ezetimibe werd gebruikt door 53% van de deelnemers en PCSK9-remmers door 16% van de deelnemers.
Uitkomstmaten
De primaire uitkomstmaat was de procentuele verandering in LDL-c van studieaanvang tot dag 84.
Belangrijkste resultaten
Werkzaamheid
- Na 84 dagen was de gemiddelde procentuele verandering in LDL-c −36,1% in de obicetrapibgroep en 0,3% in de placebogroep (placebo-gecorrigeerde verandering: −36,3%; 95%BI: −42,2 tot −30,4; P<0,0001).
- Meer patiënten die met obicetrapib werden behandeld bereikten na 84 dagen LDL-c-streefwaarden vergeleken met placebo:
- LDL-c <40 mg/dl (<1 mmol/l): 16,3% vs. 0,9%
- LDL-c <55 mg/dl (<1.4 mmol/l): 31,3% vs. 2,6%
- LDL-c <70 mg/dl (<1.8 mmol/l): 51,1% vs. 11,4%
- LDL-c <100 mg/dl (<2.6 mmol/l): 77,1% vs. 39,5%
- Na 365 dagen was de placebo-gecorrigeerde verandering in LDL-c met obicetrapib −41,5% (95%BI: −51,5 tot −31,8; P<0,001).
- Na 84 dagen resulteerde behandeling met obicetrapib in placebo-gecorrigeerde veranderingen in apoB van −24,4% (95%BI: −28,6 tot −20,2), in non-HDL-c van −34,5% (95%BI: −39,7 tot −29,2), in triglyceriden van −11,7% (95%BI: −21,5 tot −2,0), in Lp(a) van −45,9% (95%BI: −65,9 tot −26,0) en in HDL-c van +138,7% (95%BI: 126,4 tot 150,9).
Veiligheid
- De incidentie van tijdens de behandeling optredende nadelige events was vergelijkbaar tussen de groepen (63,7% in de obicetrapibgroep vs. 70,3% in de placebogroep).
- Er waren ook geen verschillen in de incidentie van ernstige nadelige events (5,6% vs. 6,8%), geneesmiddelgerelateerde tijdens de behandeling optredende nadelige events (4,3% vs. 6,8%) of tijdens de behandeling optredende nadelige events die leidden tot het stoppen van de behandeling (4,3% vs. 6,8%) tussen de obicetrapib- en placebogroep.
Conclusie
In de BROOKLYN-studie bij patiënten met HeFH die maximaal getolereerde lipidenverlagende therapie gebruikten, resulteerde behandeling met obicetrapib in significant lagere LDL-c-waarden na 84 en 365 dagen vergeleken met placebo. Obicetrapib verlaagde ook apoB, non-HDL-c en Lp(a) in vergelijking met placebo. Obicetrapib leek goed te worden verdragen.
Referenties
- Perez de Isla, L. et al. Attainment of LDL-cholesterol treatment goals in patients with familial hypercholesterolemia: 5-Year SAFEHEART registry follow-up. J. Am. Coll. Cardiol. 67, 1278–1285 (2016).
- EAS Familial Hypercholesterolaemia Studies Collaboration (FHSC). Global perspective of familial hypercholesterolaemia: a cross-sectional study from the EAS Familial Hypercholesterolaemia Studies Collaboration (FHSC). Lancet 398, 1713–1725 (2021).
- Lewek, J. et al. Clinical reality and challenges with familial hypercholesterolemia patients’ management. 2024 results from the Regional Center for Rare Diseases (RCRD) Registry in Poland. Int. J. Cardiol. 419, 132667 (2025).
- Ford, J. et al. Tolerability, pharmacokinetics and pharmacodynamics of TA-8995, a selective cholesteryl ester transfer protein (CETP) inhibitor, in healthy subjects. Br. J. Clin. Pharmacol. 78, 498–508 (2014).
- Hovingh, G. K. et al. Cholesterol ester transfer protein inhibition by TA-8995 in patients with mild dyslipidaemia (TULIP): a randomised, double-blind, placebo-controlled phase 2 trial. Lancet 386, 452–460 (2015).
- Nicholls, S. J. et al. Lipid lowering effects of the CETP inhibitor obicetrapib in combination with high-intensity statins: a randomized phase 2 trial. Nat. Med. 28, 1672–1678 (2022).
- Ballantyne, C. M. et al. Obicetrapib plus ezetimibe as an adjunct to high-intensity statin therapy: a randomized phase 2 trial. J. Clin. Lipidol. 17, 491–503 (2023).
- Nicholls, S. J. et al. Safety and efficacy of obicetrapib in patients at high cardiovascular risk. N. Engl. J. Med. 393, 51–61 (2025).
