Stoppen of doorgaan met OAC na katheterablatie voor AF?
In de ALONE-AF-studie onder patiënten zonder gedocumenteerde recidief van atriale aritmie na katheterablatie voor AF, verlaagde stoppen met orale antistolling (OAC) het risico op de samengestelde uitkomstmaat van beroerte, systemische embolie of ernstige bloedingen in vergelijking met voortzetting van DOAC-therapie.
Deze samenvatting is gebaseerd op de publicatie van Kim D, Shim J, Choi E, et al. - Long-Term Anticoagulation Discontinuation After Catheter Ablation for Atrial Fibrillation: The ALONE-AF Randomized Clinical Trial. JAMA. 2025 Oct 14;334(14):1246-1254. doi: 10.1001/jama.2025.14679.
Introductie en methoden
Achtergrond
De huidige richtlijnen bevelen aan om orale antistollingstherapie (OAC) voort te zetten na katheterablatie voor AF bij patiënten met een verhoogd risico op trombo-embolie [1-3], ondanks beperkt gerandomiseerd bewijs. Of langdurige OAC veilig kan worden gestaakt bij patiënten zonder terugkerende atriale aritmieën na ablatie blijft onduidelijk.
Doel van de studie
Het doel van het studie was om te beoordelen of het staken van OAC-therapie superieur is aan het voortzetten van DOAC-therapie bij patiënten zonder gedocumenteerde AF-recidief gedurende ten minste 1 jaar na AF-katheterablatie.
Methoden
De ALONE-AF-studie (Anticoagulation One year after Ablation of Atrial Fibrillation in Patients with Atrial Fibrillation) was een open-label, multicenter, RCT die werd uitgevoerd in 18 ziekenhuizen in Zuid-Korea. In totaal werden 840 volwassenen (gemiddelde leeftijd 64 jaar; 25% vrouwen) met AF, een gemiddeld tot hoog risico op een beroerte (gedefinieerd als een CHA2DS2-VASc-score van 1 voor mannen en 2 voor vrouwen) en geen recidief van atriale aritmie gedurende ≥1 jaar na ablatie gerandomiseerd om de OAC-therapie te staken (n=417) of de DOAC-therapie voort te zetten (n=423). In de DOAC-groep kreeg 78% van de patiënten 5 mg apixaban voorgeschreven, 8,7% 15 mg rivaroxaban en 7,3% 20 mg rivaroxaban.
Uitkomstmaten
De primaire uitkomstmaat was een samengestelde uitkomst van beroerte, systemische embolie of ernstige bloedingen na 2 jaar.
Belangrijkste resultaten
- Na 2 jaar trad de primaire samengestelde uitkomst op bij 0,3% van de patiënten in de stopzettingsgroep en bij 2,2% van de patiënten in de DOAC-voortzettingsgroep (absoluut verschil: -1,9 procentpunten; 95%BI: -3,5 tot -0,3; P=0,02).
- Dit voordeel werd voornamelijk veroorzaakt door minder ernstige bloedingen (0% vs. 1,4%; absoluut verschil: -1,4 procentpunten; 95%BI: -2,6 tot -0,2).
- Ischemische beroerte of systemische embolie trad op bij 0,3% van de patiënten in de stopzettingsgroep en bij 0,8% van de patiënten in de DOAC-voortzettingsgroep (absoluut verschil: -0,5 procentpunten; 95%BI: -1,6 tot 0,6).
Conclusie
Bij patiënten zonder gedocumenteerde recidief van atriale aritmie na AF-katheterablatie verminderde het staken van DOAC-therapie het risico op de samengestelde uitkomst van beroerte, systemische embolie of ernstige bloedingen in vergelijking met voortgezette antistolling. Dit voordeel werd voornamelijk veroorzaakt door minder ernstige bloedingen.
Referenties
- Joglar JA, Chung MK, Armbruster AL, et al. 2023 ACC/AHA/ACCP/HRS guideline for the diagnosis and management of atrial fibrillation. Circulation. 2024;149(1):e1-e156. doi:10.1161/CIR. 0000000000001193
- Van Gelder IC, Rienstra M, Bunting KV, et al. 2024 ESC guidelines for the management of atrial fibrillation developed in collaboration with the European Association for Cardio-Thoracic Surgery (EACTS). Eur Heart J. 2024;45(36):3314-3414. doi:10.1093/eurheartj/ehae176
- Tzeis S, Gerstenfeld EP, Kalman J, et al. 2024 European Heart Rhythm Association/Heart Rhythm Society/Asia Pacific Heart Rhythm Society/Latin American Heart Rhythm Society expert consensus statement on catheter and surgical ablation of atrial fibrillation. EP Europace. 2024;26(4):euae043. doi:10.1093/europace/euae043
