Vroegtijdige start van GDMT bij vermoedelijk HF vermindert mogelijk nadelige uitkomsten
In een retrospectieve cohortstudie bij patiënten met vermoedelijk HF, een verhoogde NT-proBNP en een al bestaande, niet-HF-gerelateerde behandelindicatie werd geschat dat vroegtijdige behandeling met een SGLT2-remmer en/of MRA het risico op HF-ziekenhuisopname of sterfte ≤12 maanden verminderde.
Deze samenvatting is gebaseerd op de publicatie van Docherty KF, Heywood B, Bayes-Genis A, et al. - Benefit of early initiation of disease-modifying therapy in community-based patients with suspected heart failure. Eur Heart J. 2026 Feb 23;47(8):927-938. doi: 10.1093/eurheartj/ehaf675.
Introductie en methoden
Achtergrond
Patiënten met aanwijzingen voor HF in de klinische praktijk kunnen vaak te maken krijgen met vertragingen in de diagnose en behandeling [1-4], wat kan bijdragen aan vermijdbare HF-ziekenhuisopnamen en sterfgevallen [4,5]. Hoewel SGLT2-remmers en MRA’s GDMT’s zijn voor HF-patiënten, worden ze ook aanbevolen voor de behandeling van DM2, CNS of resistente hypertensie [6-12]. Wanneer de HF-behandeling wordt gestart op het moment dat een verhoogde NT-proBNP-waarde is vastgesteld bij patiënten met ≥1 van deze comorbiditeiten, kan het risico op vroegtijdige ongunstige uitkomsten verminderen, in afwachting van verdere diagnostiek.
Doel van de studie
Het doel van deze studie was om het potentiële effect te schatten van het vroegtijdig starten van een SGLT2-remmer of MRA op de uitkomsten bij patiënten met vermoedelijk HF en een al bestaande, niet aan HF gerelateerde indicatie voor deze behandeling.
Methoden
In een retrospectieve, observationele, populatiebrede cohortstudie werden gekoppelde eerstelijnszorg- en ziekenhuisgegevens van 74.945 patiënten zonder voorgeschiedenis van HF en zonder eerdere recept voor een SGLT2-remmer of MRA bij wie NT-proBNP ≥400 pg/ml was gemeten in de klinische praktijk in de periode van 1 januari 2015-31 maart 2022, geëxtraheerd uit de Clinical Practice Research Datalink in het VK. De deelnemers werden geïncludeerd in de studie op de dag van de NT-proBNP-meting en werden daarna gedurende 12 maanden gevolgd.
De geschiktheid van patiënten voor het starten van een behandeling met een SGLT2-remmer of MRA op het moment van de NT-proBNP-meting werd beoordeeld op basis van de documentatie van comorbiditeiten, de systolische bloeddruk en biochemische waarden ≤12 maanden eerder. De geschatte behandeleffecten van deze GDMT’s werden geëxtraheerd uit gepubliceerde meta-analyses van grote placebogecontroleerde RCT’s bij patiënten met vastgesteld HF over het gehele LVEF-spectrum [13,14].
Uitkomstmaten
De primaire uitkomstmaat was een samengestelde uitkomst van HF-ziekenhuisopname als eerste geregistreerde diagnose of totale sterfte bij patiënten die geen gedocumenteerde HF-diagnose (d.w.z.: geen HF-ziekenhuisopname of poliklinische diagnose) hadden tijdens de follow-up en die geen echocardiografie hadden ondergaan.
Belangrijkste resultaten
- Van de 74.945 geïncludeerde patiënten werd bij 24.082 (32%) HF gediagnosticeerd ≤12 maanden na de NT-proBNP-meting, van wie 15.398 (64%) poliklinische patiënt was en 8684 (36%) in het ziekenhuis was opgenomen voor HF.
- Bij patiënten met een reeds bestaande, niet-HF-gerelateerde indicatie voor behandeling met alleen een SGLT2-remmer (n=24.606; 33%) zouden naar schatting 55 (95%BI: 43-67) HF-ziekenhuisopnamen of sterfgevallen door welke oorzaak dan ook na 12 maanden worden voorkomen als 1000 patiënten zonder gedocumenteerde HF-diagnose en zonder echocardiografie werden behandeld op het moment dat NT-proBNP ≥400 pg/ml werd vastgesteld. Dit kwam overeen met een number needed to treat (NNT) van 19 (95%BI: 15-24).
- Bij patiënten met een indicatie voor een MRA (n=12.256; 16%) zouden 41 HF-ziekenhuisopnamen of sterfgevallen (95%BI: 30-49) per 1000 behandelde patiënten kunnen worden voorkomen gedurende 12 maanden (NNT: 25; 95%BI: 21-33).
- Als zowel een SGLT2-remmer als een MRA werd gestart (n=6372; 9%), konden naar schatting 84 (95%BI: 72-95) nadelige events per 1000 behandelde patiënten worden voorkomen gedurende 12 maanden (NNT: 12 (95%BI: 11-14).
- Bij deelnemers met NT-proBNP >2000 pg/ml die werden behandeld met zowel een SGLT2-remmer als MRA, was de geschatte vermindering van nadelige events per 1000 patiënten 147 (95%BI: 126-166; NNT: 7; 95%BI: 6-8).
Conclusie
In deze Britse retrospectieve cohortstudie onder patiënten in de klinische praktijk met aanwijzingen voor HF en een al bestaande, niet-HF-gerelateerde indicatie voor behandeling (d.w.z.: DM2, CNS en/of resistente hypertensie) werd geschat dat wanneer de behandeling met een SGLT2-remmer, MRA of beide werd gestart op het moment dat een verhoogde NT-proBNP-waarde werd vastgesteld, dit het risico op HF-ziekenhuisopname of totale sterfte ≤12 maanden kon verminderen, in afwachting van bevestigende echocardiografie. De auteurs concluderen dat hun “bevindingen wijzen op een eenvoudige klinische strategie met een mogelijk groot gunstig effect voor de volksgezondheid”.
Referenties
- Bottle A, Kim D, Aylin P, Cowie MR, Majeed A, Hayhoe B. Routes to diagnosis of heart failure: observational study using linked data in England. Heart 2018;104:600–5. https://doi.org/10.1136/heartjnl-2017-312183
- Hayhoe B, Kim D, Aylin PP, Majeed FA, Cowie MR, Bottle A. Adherence to guidelines in management of symptoms suggestive of heart failure in primary care. Heart 2019;105: 678–85. https://doi.org/10.1136/heartjnl-2018-313971
- Conrad N, Judge A, Canoy D, Tran J, O’Donnell J, Nazarzadeh M, et al. Diagnostic tests, drug prescriptions, and follow-up patterns after incident heart failure: a cohort study of 93,000 UK patients. PLoS Med 2019;16:e1002805.https://doi.org/10.1371/journal. pmed.1002805
- Anderson L, Bayes-Genis A, Bodegård J, Mullin K, Gustafsson S, Rosano GMC, et al. Suspected de novo heart failure in outpatient care: the REVOLUTION HF study. Eur Heart J 2025;46:1493–503. https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehaf034
- Morton G, Philip L, Gilpin T, Chan PE, Guha K, Kalra PR. Does specialist review for patients with suspected heart failure predict better outcomes? An observational study on the utility of compliance with NICE guidelines. BMJ Open 2018;8:e021856. https://doi.org/10.1136/bmjopen-2018-021856
- McDonagh TA, Metra M, Adamo M, Gardner RS, Baumbach A, Böhm M, et al. 2021 ESC guidelines for the diagnosis and treatment of acute and chronic heart failure. Eur Heart J 2021;42:3599–726. https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehab368
- McDonagh TA, Metra M, Adamo M, Gardner RS, Baumbach A, Böhm M, et al. 2023 focused update of the 2021 ESC guidelines for the diagnosis and treatment of acute and chronic heart failure: developed by the task force for the diagnosis and treatment of acute and chronic heart failure of the European Society of Cardiology (ESC) with the special contribution of the Heart Failure Association (HFA) of the ESC. Eur Heart J 2023;44:3627–39. https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehad195
- Kitai T, Kohsaka S, Kato T, Kato E, Sato K, Teramoto K, et al. JCS/JHFS 2025 Guideline on diagnosis and treatment of heart failure. J Card Fail 2025:89:1278–1444. https://doi.org/10.1016/j.cardfail.2025.02.014
- Chopra V, Khan MS, Abdelhamid M, Abraham WT, Amir O, Anker SD, et al. iCARDIO alliance global implementation guidelines on heart failure 2025. Heart Lung Circ 2025;34: e55–e82. https://doi.org/10.1016/j.hlc.2025.05.094
- Kidney Disease: Improving Global Outcomes (KDIGO) CKD Work Group. KDIGO 2024 clinical practice guideline for the evaluation and management of chronic kidney disease. Kidney Int 2024;105:S117–314. https://doi.org/10.1016/j.kint.2023.10.018
- McEvoy JW, McCarthy CP, Bruno RM, Brouwers S, Canavan MD, Ceconi C, et al. 2024 ESC guidelines for the management of elevated blood pressure and hypertension: developed by the task force on the management of elevated blood pressure and hypertension of the European Society of Cardiology (ESC) and endorsed by the European Society of Endocrinology (ESE) and the European Stroke Organisation (ESO). Eur Heart J 2024;45:3912–4018. https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehae178
- Lamprea-Montealegre JA, Madden E, Tummalapalli SL, Chu CD, Peralta CA, Du Y, et al. Prescription patterns of cardiovascular- and kidney-protective therapies among patients with type 2 diabetes and chronic kidney disease. Diabetes Care 2022;45: 2900–6. https://doi.org/10.2337/dc22-0614
- Vaduganathan M, Docherty KF, Claggett BL, Jhund PS, de Boer RA, Hernandez AF, et al. SGLT-2 inhibitors in patients with heart failure: a comprehensive meta-analysis of five randomised controlled trials. Lancet 2022;400:757–67. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(22)01429-5
- Jhund PS, Talebi A, Henderson AD, Claggett BL, Vaduganathan M, Desai AS, et al. Mineralocorticoid receptor antagonists in heart failure: an individual patient level meta-analysis. Lancet 2024;404:1119–31. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(24)01733-1
