Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Verschillende statines mogelijk verschillende effecten op nier in diabetici met proteïnurie

de Zeeuw D et al., Lancet Diabetes Endocrinol. 2015

Renal effects of atorvastatin and rosuvastatin in patients with diabetes who have progressive renal disease (PLANET I): a randomised clinical trial.

 
de Zeeuw D, Anzalone DA, Cain VA et al.,
Lancet Diabetes Endocrinol. 2015 Mar;3(3):181-90. doi: 10.1016/S2213-8587(14)70246-3.
 

Achtergrond

Verminderde nierfunctie die ontwikkeld tot eindstadium nierziekte wordt wereldwijd steeds meer gezien, vaak als gevolg van atherosclerose en type 2 diabetes (T2DM) [1]. Leefstijlveranderingen, glucoseverlagende en bloeddrukverlagende middelen kunnen de risico’s van nadelige nieruitkomsten, en ook van cholesterol wordt gedacht dat het een risicofactor is voor nierfalen.
Hoewel experimentele studies doen vermoeden dat cholesterol bijdraagt aan progressie van nierziekte, en dat het verlagen van cholesterolniveaus met statines renoprotectief is [2], is het effect van statines op nierfunctie minder duidelijk in klinische studies. Een combinatie van simvastatine en ezetimibe kon recentelijk geen nierbeschermend effect aantonen in een harde nier-uitkomstenstudie [3,4].
De Prospective Evaluation of Proteinuria and Renal Function in Diabetic Patients with Progressive Renal Disease (PLANET I) trial werd opgezet om effecten op de nier te bepalen van 52 weken behandeling met atorvastatine 80 mg (n=111), rosuvastatine 10 mg (n=118) of rosuvastatine 40 mg (n=124) in 353 patiënten met diabetes (type 1 [n=47] of 2 [n=278] in de intention-to-treat populatie, n=325) en proteïnurie (urine proteïne:urine creatinine [U-PCR] 500–5000 mg/g). PLANET II was een vergelijkbare studie in patiënten met proteïnurie maar zonder diabetes.
 

Belangrijkste resultaten

  • Alleen in de atorvastatine 80 mg groep, was U-PCR significant lager na 52 weken, dan bij baseline (verandering in U-PCR: 0.87, 95%CI: 0.77-0.99, P=0.033). U-PCR was ook significant lager in week 14, 26 en 39 met atorvastatine 80 mg.
  • De urine albumine:creatinine ratio (UACR) was significant lager in week 52 (verandering: 0.82, 95%CI: 0.71-0.95, P=0.011) en alle andere tijdpunten met atorvastatine 80 mg, en in week 52 met rosuvastatine 40 mg (verandering: 0.84, 95%CI: 0.70-0.99, P=0.041).
  • eGFR was significant lager in de rosuvastatine 10 mg (-3.70, 95%CI: -6.49 to -0.91, P=0.0098) en 40 mg groep (-7.29, 95%CI: -11.0 to -3.59, P=0.0002), terwijl het niet veranderde in de de atorvastatine 80 mg groep.
  • Aangezien data van PLANET II vergelijkbaar waren aan PLANET I, werden de data gecombineerd. Dit liet een significant verschil zien in verandering van U-PCR tussen de atorvastatine 80 mg en de rosuvastatine 10 mg en 40 mg groepen. eGFR was significant groter met rosuvastatine dan in de atorvastatine 80 mg groep.

Download De Zeeuw PLANET I 2015 CVGK.pptx


Conclusie

De PLANET I studie liet verminderde urine eiwitexcretie zien, maar ongewijzigde eGFR in patiënten met diabetes en proteïnurie die werden behandeld tijdens 1 jaar met atorvastatine 80 mg. In patiënten gerandomiseerd naar rosuvastatine 40 mg, was urine eiwitexcretie onveranderd, maar daalde eGFR ten opzichte van baseline.
Zowel PLANET I en II doen vermoeden, hoewel ze niet gepowered waren om de twee statines direct te vergelijken, dat atorvastatine en rosuvastatine verschillen nierprofielen hebben in patiënten met proteïnurie. Op basis van de huidige studie, kan niet definitief worden geconcludeerd of atorvastatine meer nierbescherming biedt of neutraal is, en rosuvastatine neutraal of schadelijk in deze hoogrisico populatie.
 

Redactioneel commentaar [5]

“Recente bevindingen hebben zorgen doen ontstaan over mogelijke nadelige effecten op de nier van sommige statines, met name wanneer deze in hoge doseringen worden gegeven.”(…) In de gerandomiseerde PLANET I studie, “Acute nierschade en verdubbeling van serum creatinineconcentraties werden vaker gezien bij patiënten die rosuvastatine 40 mg namen dan bij diegenen die rosuvastatine 10 mg of atorvastatine 80 mg namen. Het type nierschade geïnduceerd door rosuvastatine werd niet vastgesteld. Echter, sommige casusbesprekingen doen vermoeden dat rosuvastatine interstitiële nefritis kan veroorzaken.
De PLANET studies hebben diverse beperkingen. PLANET I noch PLANET II was voldoende gepowered om verschillen te bepalen tussen behandelgroepen voor enige uitkomst. Inderdaad waren post-hoc vergelijkingen tussen de groepen niet statistisch significant in PLANET I, hoewel de primaire uitkomst significant daalde in de atorvastatinegroep maar niet in de twee rosuvastatinegroepen. Daarom is verder onderzoek nodig om vast te stellen of atorvastatine voordeel biedt ten opzichte van rosuvastatine.”
 
Vind dit artikel online op The Lancet
 

Referenties

1 Gansevoort RT, van der Heij B, Stegeman CA, et al. Trends in the incidence of treated end-stage  renal failure in The Netherlands: hope for the future? Kidney Int Suppl 2004; 92: S7–S10.
2 Campese VM, Park J. HMG-CoA reductase inhibitors and the kidney. Kidney Int 2007; 71: 1215–22.
3 Baigent C, Landray MJ, Reith C, et al. The eff ects of lowering LDL cholesterol with simvastatin plus ezetimibe in patients with chronic kidney disease (Study of Heart and Renal Protection): a  randomised placebo-controlled trial. Lancet 2011; 377: 2181–92.
4 Haynes R, Lewis D, Emberson J, et al; SHARP Collaborative Group. Effects of lowering LDL cholesterol on progression of kidney disease. J Am Soc Nephrol 2014; 25: 1825–33.
5 Camplese VM. Statins and the kidney: friend or foe? Lancet Diabetes Endocrinol. February 4, 2015 http://dx.doi.org/10.1016/S2213-8587(14)70260-8