Eplontersen verbetert uitkomsten bij ATTR-CM zonder TTR-stabilisator bij studieaanvang

ESC congres 2026

ESC Congress 2026 – In een vooraf gespecificeerde analyse van CARDIO-TTRansform verschilde het effect van eplontersen bij patiënten met ATTR-CM afhankelijk van het gebruik van een TTR-stabilisator bij aanvang van de studie. Eplontersen verminderde CV-sterfte en terugkerende CV-events bij patiënten die bij aanvang geen stabilisator gebruikten, terwijl geen aanvullend voordeel werd gezien bij patiënten die al werden behandeld met een TTR-stabilisator.

Deze samenvatting is gebaseerd op de presentatie van prof. dr. Pablo García-Pavía (Madrid, Spanje) tijdens het ESC-congres 2026 - Efficacy and safety of transthyretin gene silencer eplontersen in patients with transthyretin amyloid cardiomyopathy receiving stabiliser therapy in the CARDIO-TTRansform trial.

Introductie en methoden

In de CARDIO-TTRansform-studie werd eplontersen, een antisense-oligonucleotide, vergeleken met placebo bij patiënten met variant of wild-type ATTR-CM die volgens de huidige standaardzorg werden behandeld, waaronder behandeling met een TTR-stabilisator bij aanvang van de studie kon vallen. In de totale studiepopulatie verminderde eplontersen het primaire samengestelde eindpunt van CV-sterfte en terugkerende CV-events niet significant, hoewel behandeling resulteerde in een snelle, aanzienlijke en aanhoudende verlaging van circulerende serum-TTR-waarden.

Er werd daarom een vooraf gespecificeerde subgroepanalyse uitgevoerd op basis van het gebruik van een TTR-stabilisator bij aanvang van de studie, om het verband tussen TTR-gensilencing en TTR-stabilisatie nader te onderzoeken. In deze analyse werden de effecten van eplontersen onderzocht bij patiënten die bij aanvang geen TTR-stabilisator gebruikten en bij patiënten die wel achtergrondbehandeling met een TTR-stabilisator kregen.

CARDIO-TTRansform was een gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase 3-studie waarin 1432 patiënten met ATTR-CM in een 1:1 verhouding werden gerandomiseerd naar eplontersen 45 mg elke 4 weken (n=715) of placebo (n=717) gedurende maximaal 140 weken. Bij studieaanvang gebruikten 819 patiënten (57,2%) een TTR-stabilisator. Van de patiënten die bij aanvang geen stabilisator gebruikten, startte tijdens de studie 57,0% in de eplontersengroep en 56,5% in de placebogroep met behandeling met een stabilisator.

Het primaire eindpunt was een samengesteld eindpunt van CV-sterfte en terugkerende CV-events.

Belangrijkste resultaten

  • Bij patiënten die bij studieaanvang geen TTR-stabilisator gebruikten, verminderde eplontersen het aantal CV-sterfgevallen en terugkerende CV-events met 29% ten opzichte van placebo (RR: 0,71; 95%BI: 0,54–0,93; P=0,012). Daarentegen werd geen significant gunstig effect gezien bij patiënten die bij aanvang een TTR-stabilisator gebruikten (RR: 1,14; 95%BI: 0,85–1,53; P=0,39; P voor interactie=0,017).
  • Bij patiënten die bij studieaanvang geen TTR-stabilisator gebruikten, was het effect van eplontersen op het primaire samengestelde eindpunt consistent in de vooraf gespecificeerde subgroepen, zonder significante interacties naar leeftijd, geslacht, ATTR-variantstatus, NYHA-functionele klasse of geografische regio.
  • Bij patiënten die bij studieaanvang geen TTR-stabilisator gebruikten, verminderde eplontersen ook terugkerende CV-events (RR: 0,67; 95%BI: 0,50–0,90; P=0,008) en beperkte het de achteruitgang in 6MWT-afstand (LSMD: 29,9 m; 95%BI: 14,3–45,5; P<0,001) en KCCQ-OS-score (LSMD: 7,6 punten; 95%BI: 4,2–11,0; P<0,001) ten opzichte van placebo. Er werden geen significante afnames in sterfte door alle oorzaken of CV-sterfte gezien.
  • Eplontersen verlaagde de serum-TTR-concentraties aanzienlijk, ongeacht het gebruik van een TTR-stabilisator bij studieaanvang.
  • Eplontersen werd in beide subgroepen over het algemeen goed verdragen. De percentages ernstige nadelige events en nadelige events die leidden tot staken van de behandeling waren vergelijkbaar met placebo.

Conclusie

In deze vooraf gespecificeerde analyse van CARDIO-TTRansform was het gebruik van een TTR-stabilisator bij aanvang van de studie een sterke modificator van het behandelingseffect van eplontersen. Bij patiënten die bij aanvang geen TTR-stabilisator gebruikten, verminderde eplontersen het primaire samengestelde eindpunt van CV-sterfte en terugkerende CV-events en werden voordelen gezien voor de functionele capaciteit, gezondheidsstatus en terugkerende CV-events. Bij patiënten die bij aanvang een TTR-stabilisator gebruikten, werd geen aanvullend klinisch voordeel van eplontersen gezien. De absolute serum-TTR-concentraties in week 140 waren echter vergelijkbaar tussen de subgroepen in de eplontersenarm, wat suggereert dat er geen verschil was in het farmacologische effect van eplontersen. Eplontersen werd goed verdragen en er werden geen nieuwe veiligheidssignalen gezien, ongeacht het gebruik van een TTR-stabilisator bij aanvang.

- Onze berichtgeving is gebaseerd op de informatie die tijdens het ESC-congres 2026 is verstrekt -

De resultaten van deze studie zijn gelijktijdig gepubliceerd in Nat Med.

Registreren

We zijn blij te zien dat je geniet van CVGK…
maar wat dacht u van een meer gepersonaliseerde ervaring?

Registreer gratis