Cardiovasculaire Geneeskunde.nl
NLA | PCSK9-remming in de praktijk: Nederlandse registry

NLA | PCSK9-remming in de praktijk: Nederlandse registry

Dr. Maarten van Hessen

Dr. Van Hessen vertelde vervolgens over het belang van het starten van nieuwe Nederlandse registers. Er zijn al meer dan 150 registers in Nederland. Het onderhoud is kostbaar, de registers zijn vaak onbekend, moeizaam te koppelen en in de praktijk bloeden ze vaak dood. Op het gebied van cardiovasculaire geneeskunde komen momenteel en in de nabije toekomst veel nieuwe middelen op de markt, zoals PCKS9-remmers. Dat sommige middelen voor verschillende toepassingen kunnen worden ingezet, maakt dat er een mix is van voorschrijvers. Dit maakt het extra belangrijk de kwaliteit te waarborgen. Een register met gegevens over gebruik van deze middelen kan hieraan bijdragen.

Tevens zijn data uit registers waardevol, omdat deze gebruikt kunnen worden voor meer onderzoek. Tot dusver heeft Nederland een uitstekend trackrecord als onderzoeksland, maar de concurrentie voor gebruik van data uit het buitenland wordt groter als gevolg van de hoge onderzoekskosten in Nederland. Van Hessen vindt het belangrijk dat Nederland als onderzoeksland op de kaart blijft. Daarnaast zijn real-world data uit deze registers belangrijk, omdat deze data verschillen van gegevens uit gecontroleerde studies. Ook vraagstukken uit de politiek, van zorgverzekeraars of fase IV onderzoeken kunnen mogelijk met registerdata beantwoord worden.

Om de introductie voor nieuwe geneesmiddelen te begeleiden, heeft de WCN daarom nu naast de ‘COW’ (Clinical Operations WCN: site management COMPASS en eigen LODOCO onderzoek) sinds dit jaar nu ook het ‘BIG’ (Begeleiding Introductie nieuwe Geneesmiddelen). Nefarma stelt een aantal randvoorwaarden voor landelijke registers, waaronder dat ze moeten worden gedragen door de beroepsgroep en dat ze ziektegericht zijn in plaats van productgericht. Het moet juridisch geborgd zijn (dus toestemming van de patiënt), maar ze moeten ook gemakkelijk zijn in gebruik, gemeenschappelijk en betaalbaar zijn. Hier wordt naar gestreefd met BIG. Idealiter kunnen verschillende registers ook aan elkaar worden gekoppeld, en is het zodanig ingericht dat de data bevraagd kunnen worden en ook retrograad nog extra informatie gezocht kan worden. Verder kunnen registers nog spiegelinformatie opleveren over de prestatie in de spreekkamer ten opzichte van collegae.