Cardiovasculaire Geneeskunde.nl
NLA | Leefstijl en lipiden: nut en bewijs

NLA | Leefstijl en lipiden: nut en bewijs

Prof. dr. Ingeborg Brouwer

Bij preventie van hart- en vaatziekten hoort goede voeding. In de voedingsrichtlijnen staat, ten aanzien van lipiden, dat men harde boter, harde margarine en bak- en braadvetten dient te vervangen door zachte margarine, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën, dat ongefilterde koffie door gefilterde koffie moet worden vervangen, de consumptie van rood, met name bewerkt vlees, beperkt moet worden en er zo min mogelijk suikerhoudende dranken moeten worden gedronken. Prof. dr. Brouwer gaf een overzicht van de achterliggende biologie en bewijzen achter deze adviezen.

Verzadigde vetten hebben een rechte structuur. Dit maakt dat ze beter ‘te stapelen’ zijn en dat veel verzadigde vetten een product dus hard maken. Enkelvoudig onverzadigde en meervoudig onverzadigde vetten zijn daarentegen wat gebogen, wat leidt tot een zachte, meer vloeibare vorm. Het effect van vetinname op het cholesterolgehalte is heel nauwkeurig te bepalen; met name totaal cholesterol en LDL worden beïnvloed als verzadigde vetten worden vervangen door meervoudig of enkelvoudig onverzadigd vet, terwijl HDL hierdoor nauwelijks door verandert.

Hoewel eindpuntenstudies een uitdaging zijn in de voedingswetenschap, omdat ze moeilijk te controleren zijn, lijkt het wel duidelijk dat men beter af is wanneer verzadigde vetten worden vervangen door meervoudig onverzadigde vetten. Observationele studies wijzen uit dat inderdaad de mortaliteit het hoogst is wanneer de hoeveelheid transvetten en verzadigde vetten toeneemt. Transvetten zitten in Nederland tegenwoordig bijna nergens meer in. Eenzelfde correlatie blijkt ook te gelden voor hart- en vaatziekten, wat aangetoond is door meerdere meta-analyses van onderzoeken waarin verzadigde vetten waren vervangen door onverzadigde vetten. Maar wanneer verzadigde vetten vervangen worden door een mix van koolhydraten, gebeurt er niet veel. Verzadigde vetten vervangen door suiker is slechter, maar ze vervangen door complexere koolhydraten is mogelijk wel beter. Dus, concludeert Brouwer, “het is zeker de moeite waard om verzadigd vet te vervangen door onverzadigd vet”. In de Verenigde Staten was beleid gericht op het verminderen van de vetconsumptie. In de praktijk betekende dit dat mensen een lager percentage van hun calorie-inname als vet binnenkregen, maar dat zij meer gingen eten, met name in de vorm van suikers. De verwarring is deels te wijten aan de media en wetenschappers die meldden dat er geen effect op totale calorie-inname werd gezien. Een boodschap over effecten van verminderen van de inname van een bepaald voedingsstof, is daarom alleen informatief als genoemd wordt waardoor de consumptie wordt vervangen.

Dit onderstreept de moeilijkheid van onderzoek naar effecten van voeding. Voeding is heel complex samengesteld; een bepaalde voedingsstof zit in verschillende levensmiddelen, en de voedingsstoffen zijn niet afzonderlijk te onderzoeken. Bovendien veranderen voedingspatronen in de tijd en ze zijn moeilijk te meten. Daarnaast blijken proefpersonen hun voedingspatroon aan te passen op het moment dat ze het moeten rapporteren. Macronutriënten kunnen niet gewoonweg weggelaten worden; er bestaat bijvoorbeeld geen lege placebo voor energie. Macronutriënten leveren de energie dus moeten altijd vervangen worden. Wanneer het weglaten van vet niet vervangen zou worden in een studie, wordt eigenlijk het effect van gewichtsverlies gemeten. Daarom kunnen gerandomiseerde gecontroleerde klinische studies alleen voor korte tijd uitgevoerd worden en leveren meta-analyses het beste bewijs aan data. Langetermijneffecten kunnen alleen op basis van cohortstudies worden geanalyseerd, alleen is hierbij geen controle over het gedrag en is het onzeker wat mensen echt doen, ten opzichte van wat ze rapporteren. Op basis van goede beschikbare data concludeert Brouwer voor iedereen: vervang verzadigd vet zoveel mogelijk door meervoudig onverzadigd vet, door bijvoorbeeld meer plantaardig en minder dierlijk te eten.

Bekijk 3' educatie