Cardiovasculaire Geneeskunde.nl

Samenvatting | Chronisch AF – wanneer terugverwijzen naar de huisarts?

4 oktober 2017 - Dr. Charles Kirchhof

Kirchhof betreurde dat er weinig huisartsen aanwezig waren, vooral omdat zij een belangrijke rol spelen in preventie van CV events bij AF-patiënten. Preventie, symptoombestrijding en hartritme zijn belangrijke aspecten om CV uitkomsten in AF-patiënten te verbeteren.1 AF is zelden een geïsoleerde aandoening; patiënten hebben vaak onderliggend CV lijden. Daarom moet een AF-patiënt minimaal eenmaal door een cardioloog gezien worden en moet een ECG worden gemaakt. Chronisch AF refereert niet alleen aan permanent aanwezig AF, maar kan ook tot uiting komen als stabiel (ingesteld) paroxismaal (in aanvallen optredend) AF. Voor het merendeel van de AF-patiënten is preventieve behandeling voldoende voor een reductie van klachten en een klein deel kan genezen worden.

Meer patiënten zouden terug naar de 1e lijn moeten met de cardioloog als consulent.

Anno 2017 gaat zorg uit de 2e/3e lijn steeds meer richting 1e lijn door stijgende zorgkosten, doelmatiger gebruik van middelen, vroegere preventie en taakherschikking. De verschuiving naar de 1e lijn komt ook omdat ‘niet alles hoeft wat technisch kan’. Juist voor cardiologische zorg is het nodig dat deze op het juiste moment en de juiste locatie plaatsvindt. Daarom is het heel belangrijk om de hoofdbehandelaar van AF-patiënten te bepalen in de 1e of 2e lijn.

Behandeling van AF is in het verleden juist steeds meer naar de 2e lijn gegaan: patiënten met recidieven blijven vaak hangen in de 2e lijn, of patiënten gebruiken specifieke medicatie. Meer patiënten zouden echter terug naar de 1e lijn moeten met de cardioloog als consulent. Alleen bij gebruik van specifieke antiaritmische medicatie of interventionele behandeling is het logisch dat de patiënt in de 2e lijn blijft.

Het Connect AF programma is opgezet met als doel om transmurale afspraken te maken over o.a. de diagnose van AF en de wijze van door- en terugverwijzing. Dit is gestart in de regio Leiden, Den Haag, Zoetermeer, Gouda met huisartsen, cardiologen, apothekers en zorgverzekeraars. Afspraken gaan over antistollingsmedicatie (wanneer en welke), medicatie voor frequentiecontrole (rate-controle), wanneer er terugverwezen wordt naar de huisarts, wat veilig kan in de 1e lijn en het maken van een gestandaardiseerde ‘AF-dataset’ bij iedere patiënt. Klachten, antistollingsmedicatie en frequentiecontrole horen in principe thuis in de 1e lijn en andere luxerende factoren (AF-risicofactoren, co-morbiditeit, laag complexe interventies, ritmecontrole en hoog complexe interventies) kunnen worden behandeld in de 2e of 3e lijn.

Voor het voorschrijven van antistollingsmedicatie is de CHA2DS2-VASc leidend met VKA=NOAC volgens de NHG richtlijnen en VKA

De follow-up van chronisch AF-patiënten in de 1e lijn bestaat uit een jaarlijkse controle van hartfrequentie, hartfalen, nierfunctie, aandacht voor overgewicht, alcoholgebruik, OSAS, beoordelen van CHA2DS2-VASc en HAS-BLED scores, en het instrueren van patiënten over alarmsymptomen.

Volgens Kirchhof kan iedere patiënt met chronisch AF terug naar de 1e lijn mits adequate antistollingsmedicatie en behandeling voor ritmecontrole gegeven wordt, de patiënt klachtenvrij is in rust en geen klasse I-antiaritmica gebruikt. Ook moet de huisarts bij/nageschoold zijn, beschikken over een ECG faciliteit, bekwaam personeel hebben en de mogelijkheid hebben tot ‘live’ consultaties met een cardioloog.

Referenties

Toon referenties

Bekijk de video van Dr Kirchhof